2022Z16363: Leerlingenvervoerscrisis.

Wat een schrijnende verhalen, van leerlingen die te lang in busjes zitten en uitgeput op school komen. Of helemaal niet worden opgehaald. Het laat zien hoe belangrijk het is om te investeren in inclusief onderwijs zodat leerlingen in de eigen buurt, met hun broertjes en zusjes, naar school gaan. Maar laten we eerlijk zijn: voor sommige kinderen is speciaal onderwijs de beste keuze. En voor hen moet het vervoer gewoon goed geregeld worden. Niet alleen omdat het gaat om leerlingen die soms minder zelfredzaam zijn of minder goed tegen prikkels kunnen. Ook omdat het recht op onderwijs is vastgelegd in onze grondwet en Nederland dit met de ondertekening van het VN-verdrag Handicap nog eens heeft bekrachtigd.

Kortom: als kinderen niet naar school kunnen, worden basale kinderrechten aangetast. En als dat al jarenlang een probleem is, kunnen we niet spreken van een ‘incident’, maar is het een fout in ons stelsel. We komen niet weg met een ‘dit ligt bij de gemeenten’. Natuurlijk: formeel klopt dit antwoord. Maar moreel kan het kabinet het niet afschuiven als basale kinderrechten worden geschonden. Bovendien zit de kern van het probleem in de manier waarop we doelgroepenvervoer hebben georganiseerd. Hetzelfde kind dat met een bus naar school gaat, moet later op de dag naar de sportclub of naar therapie. Het zijn dezelfde vervoerders. Maar de organisatie is verdeeld over maar liefst vier ministeries, en via een spaghetti aan regelingen over veel gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Natuurlijk loopt het in de soep: zolang er geen duidelijke eindverantwoordelijke is, kan iedereen naar elkaar wijzen. Er zijn snel oplossingen nodig, zoals het werven van nieuwe chauffeurs en het opheffen van praktische belemmeringen. Omdat kinderen nú niet naar school kunnen. Maar het vraagt ook om fundamentele keuzes. We moeten kijken naar verantwoordelijkheden en daar het stelsel op aanpassen. Mensenrechten kun je niet waarborgen als de randvoorwaarden niet op orde zijn. Dat moet de Tweede Kamer zich aantrekken.

Lisa Westerveld, Tweede Kamerlid GroenLinks.

Ouders & Onderwijs constateert dat er al jaren sprake is van aanhoudende problemen in het leerlingenvervoer die dit schooljaar zijn verergerd. Naast lange reistijden, onveiligheid en klachtenafhandeling zorgt een toenemend tekort aan chauffeurs er nu voor dat kinderen soms niet meer naar school kunnen of uren moeten wachten. Ook horen wij dat vervoersbedrijven door de chaos soms niet meer precies weten waar kinderen zijn en dan ook onbereikbaar zijn voor ouders. Ook scholen melden dat kinderen urenlang op school staan te wachten of structureel veel te laat, of niet, op school aankomen. Het chauffeurstekort is geen natuurramp, maar een gevolg van de manier waarop we het leerlingenvervoer hebben ingericht.

In maart 2022 publiceerden wij een rapport hierover. We zien sindsdien geen verbetering. Dat heeft grote gevolgen voor deze kinderen. Ze beginnen de schooldag al met veel stress en hun sociale leven na school wordt moeilijk. Iedere investering in kwalitatief goed speciaal onderwijs en gespecialiseerde begeleiding wordt tenietgedaan door de vermoeidheid en overprikkeling waarmee leerlingen op school aankomen na een rit. Hun sociale en emotionele ontwikkeling wordt ingeperkt, omdat er door de lange reistijd weinig tijd en energie resteert voor activiteiten na school.

We wensen onder andere een richtlijn voor de maximale reistijd en meerdere adressen als uitgangspunt: naschoolse opvang en een tweede huisadres; aandacht voor de ‘dichtstbijzijnde passende school’, een betere afhandeling en rapportage van klachten en een landelijk onderzoek kwaliteit en ervaringen. Wij hebben vele gesprekken gevoerd met het ministerie, de VNG, de vervoerders en natuurlijk ouders. De resultaten zijn zeer teleurstellend. Partijen wijzen naar elkaar, bagatelliseren de problemen, nemen weinig verantwoordelijkheid en zijn vooral aan het vertragen. Door het steeds doordelegeren van verantwoordelijkheid en de werkwijze van aanbesteden op de ‘economisch meest gunstige inschrijving’ is het leerlingenvervoer gaan lijken op pakketjesvervoer. Maar het gaat om vaak kwetsbare kinderen die er niet voor hebben gekozen naar een speciale school te gaan. Er moet nu iets gebeuren. Misschien moet het onderwijs verantwoordelijk worden voor het leerlingenvervoer?

Lobke Vlaming, Ouders & Onderwijs

Dit artikel verscheen in Didactief, november 2022