Jan Komenský (gelatiniseerd als Comenius) werd in 1592 geboren in Moravië, een gebied in Tsjechië. Zijn ouders waren lid van de Evangelische Broedergemeente, een soort protestantse tak van het christendom.

Op zijn zestiende zette hij zijn tanden in een degelijke, intensieve scholing, zoals gebruikelijk was voor vroegmoderne jongetjes van goeden huize. Vrij laat voor die tijd, maar toen Komenský eenmaal begon was er geen houden aan: in een paar jaar deed hij scholen in Tsjechië, Herborn en de prestigieuze universiteit van Heidelberg aan. Voor hij het wist was hij terug in zijn woonplaats Prerov om rector van zijn oude school en predikant van de plaatselijke Broedergemeente te worden.

Hij was inmiddels halverwege de twintig en had zijn zaakjes goed...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.