Inclusief onderwijs is volgens Booth en Ainscow (2002) het continue proces van het realiseren van leeromgevingen die het leren en participeren van alle leerlingen vergroten. Dit is geen nieuw ideaal: al in 1994 werd in het internationale Salamanca Statement vastgelegd dat ieder kind recht heeft op onderwijs binnen een reguliere setting, tenzij er dringende redenen zijn om dit niet te doen.
Effecten inclusie
Dit uitgangspunt klinkt natuurlijk mooi, maar in de onderwijspraktijk ondervinden we dagelijks de uitdagingen van inclusie. Je kunt je dan afvragen of inclusief onderwijs, naast een mooie visie, eigenlijk wel effectief is. Wat levert het op? Komen alle leerlingen wel voldoende tot leren op cognitief gebied? Wat doet het met de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften om in een reguliere klas te zitten? Vele wetenschappers (onder anderen Hehir et al., 2016; Kocaj, 2025) hebben zich gebogen over deze vragen. Hun conclusies zijn uitgebreid en genuanceerd, maar de resultaten zijn kort samengevat als volgt:
Leerlingen zonder extra ondersteuningsbehoeften lijden in hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling niet onder een inclusieve onderwijsomgeving. Volgens sommige onderzoeken heeft inclusie zelfs kleine positieve effecten;
- Inclusief onderwijs lijkt een positief effect te hebben op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften;
- Over de effecten van inclusief onderwijs op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften verschillen de uitkomsten van onderzoeken;
- De sociale participatie van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften is uitdagend, in welke onderwijssetting dan ook;
- Inclusie vergroot bij leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften de kans op vervolgonderwijs, diploma's, betaalde banen en zelfstandig wonen.
Context meer inclusie
De effecten van inclusie staan of vallen met de leeromgeving van de leerlingen. Dat brengt ons op een vraag die voor de praktijk minstens zo relevant is: hoe kun je het onderwijs zo vormgeven dat alle leerlingen zo goed mogelijk tot leren komen? Hieronder vind je vijf concrete adviezen die je hierbij kunnen helpen.
1 Richt je op versterking van de context voor álle leerlingen
Bij leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften stellen we onszelf vaak de vraag: wat heeft deze leerling nodig om mee te kunnen doen? Hiermee ligt de nadruk op het individuele kind met zijn of haar problemen, waarvan je hoopt dat je die kunt oplossen. Volgens Bert Wienen (2023) kun je je bij inclusie beter een andere vraag stellen: wat hebben wij als volwassenen nodig om de context zo te organiseren dat alle leerlingen mee kunnen doen en optimaal kunnen profiteren van ons aanbod? Die vraag is fundamenteel anders:
Het gaat over wat jíj en je collega's anders kunnen doen in plaats van wat de leerling anders moet doen;
Het gaat over wat goed is voor alle leerlingen in plaats van over aanpassingen voor individuele leerlingen. Dit zorgt er vervolgens voor dat jij je aandacht ook kunt blijven richten op alle leerlingen.
2 Stel gezamenlijke, concrete doelen
Naast een gezamenlijke visie met de context als vertrekpunt helpen concrete doelen om stappen te zetten richting meer inclusief onderwijs. Daarvoor zijn twee vragen relevant: waar staan we nu (de huidige situatie)? En wat willen we bereiken (de concrete ambities)? Deze vragen kunnen leiden tot goede gesprekken binnen je schoolteam op bijvoorbeeld een studiedag. Bij het beantwoorden van deze vragen kun je de inclusieladder van Sardes (2021) gebruiken. Die geeft inzicht in waar je staat en welke stappen je kunt zetten op de drie dimensies van inclusie:
- Organisatorisch. Hoe thuisnabij kunnen de kinderen naar school?
- Sociaal. In hoeverre kunnen kinderen samen van en met elkaar leren?
- Didactisch. In hoeverre is het onderwijsprogramma afgestemd op de ondersteuningsbehoeften van elke leerling?
3 Investeer in je eigen leerkrachtvaardigheden en competentiegevoel
Ben ik wel voldoende voorbereid om inclusief onderwijs vorm te geven? Kan ik de situatie wel aan? Misschien herken je die vragen wel. Investeer daarom in je eigen leerkrachtvaardigheden en competentiegevoel:
Volg scholing of coaching op het gebied van klassenmanagement, differentiatie en coöperatief leren. Dit draagt bij aan versterking van je onderwijs voor alle leerlingen;
Investeer in de samenwerking met je collega's. Zorg dat je samen verantwoordelijk bent voor de ontwikkeling van de leerlingen. Dan sta je er niet alleen voor en kun je elkaars expertise inzetten;
Deel succeservaringen met elkaar. Bij welke leerlingen lukt het om een goede leeromgeving te creëren? Wat in jouw/jullie handelen draagt hieraan bij?
4 Zet onderwijsassistenten en leerkrachtondersteuners effectief in
Voor de extra ondersteuning van leerlingen zetten scholen vaak onderwijsassistenten of leerkrachtondersteuners in. Hoewel dit voor leerkrachten vaak de werkdruk vermindert, kan deze ondersteuning de leerprestaties van leerlingen vreemd genoeg ook juist negatief beïnvloeden. Dit kan komen door een lagere kwaliteit van instructies en interactie door de ondersteuner, maar ook doordat leerlingen klassikale (instructie)momenten missen. Daarom kun je beter investeren in samenwerking tussen de leerkracht en ondersteuner binnen de klas. Voor deze samenwerking is structureel overlegtijd en een duidelijke taakverdeling nodig. In een gesprek over jullie samenwerking kun je de volgende drie vragen stellen:
Werken jullie op zo'n manier samen dat leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften net zoveel tijd doorbrengen met de leerkracht als hun klasgenoten?
Helpt de inzet van de ondersteuner om de leerlingen toegang te bieden tot hoogwaardig onderwijs?
Stimuleert zowel de leerkracht als de ondersteuner de zelfstandigheid van alle leerlingen, in plaats van hun afhankelijkheid?
5 Blijf samen reflecteren
Het is mooi als je een leerling binnenboord kunt houden. Dat noem je fysieke inclusie. Maar inclusie gaat ook over actieve participatie van leerlingen (sociale inclusie) en een gevoel van erkenning en verbondenheid (psychologische inclusie). Fysieke inclusie van de ene leerling kan er helaas ook in resulteren dat andere kinderen niet meer mee doen, omdat ze niet durven of niet willen. Of dat andere leerlingen zich niet meer gezien of veilig voelen. Stel jezelf (en elkaar) daarom regelmatig de vraag: wie wordt waar en waarom buitengesloten? En wat kunnen we doen om die fysieke, sociale of psychologische exclusie te verzachten en om te buigen naar nieuwe vormen van participatie?
Tips
- Leg de focus niet op individuele leerlingen, maar juist op versterking van je onderwijscontext voor alle leerlingen;
- Inclusie is een beweging: elk klein stapje in de goede richting is er één en is het waard om te vieren;
- Inclusie doe je niet alleen: werk effectief samen, inspireer elkaar en blijf in gesprek.


Kim Elzinga en Janneke van Manen zijn academische leerkrachten binnen de katholieke scholenstichting Fectio (Houten en Bunnik). Naast hun werk voor de klas geven zij advies over inclusief onderwijs. Scan de code voor de online versie met de bronnen.
Bronnen
Booth, T., & Ainscow, M. (2002). Index for inclusion: Developing learning and participation in schools.Centre for Studies on Inclusive Education.
Elzinga, K., & van Manen, J. (2025). Op weg naar meer inclusie: Rapport en adviezen. KS Fectio.
Hehir, T., Grindal, T., Freeman, B., Lamoreau, R., Borquaye, Y., & Burke, S. (2016). A summary of evidence on inclusive education. Abt Associates.
Kocaj, A. (2025). Relationships between the inclusion of students with special educational needs and their classmates’ school outcomes: A replication study. Contemporary Educational Psychology, 83, 102426.
Sardes (2021). Inclusieladders: Een gezamenlijke taal voor inclusief onderwijs.
Wienen, B. (2023). Van individueel naar inclusief onderwijs: Pleidooi voor minder labelen en meer aandacht voor de kracht van het onderwijs. Instondo B.V.