‘Van mijn lagere schooltijd weet ik weinig meer. Ik was een dromer. Als ik wil weten hoe mijn klasgenootjes ook al weer heetten, moet ik in mijn poëziealbum kijken.’ Als ze daar doorbladert, herinnert ze zich wel een paar docenten. Vooral meester Bolink die bij iedere leerling dezelfde prachtige tekening maakte. Er is ook een nare herinnering blijven hangen aan een meester die haar bij zwemles van de hoge duikplank duwde, omdat ze niet durfde te springen. Hij sprong haar niet achterna maar verliet de hoge via het trapje.

Haar mavo-leraar Frans, meneer Bos, is haar rolmodel. Hij was precies de goede docent voor de jonge Thea die van Frans niks van bakte en voor de eerste repetitie...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.