Pas na de Tweede Wereldoorlog zag de overheid het belang van beroepsonderwijs in. Toen waren er veel arbeidskrachten nodig om het land weer op te bouwen, en drong het besef door dat je door mensen een vak te leren de productie kunt verhogen. De overheid begon het beroepsonderwijs te financieren en te reguleren.

In die tijd waren het beroepsonderwijs en het algemeen vormend onderwijs nog strikt gescheiden. Kinderen die naar de ambachtsschool of huishoudschool gingen, hoefden alleen specifieke vakkennis op te doen, vond men. Maar in de jaren zestig kwam daar verandering in. In 1968 werd al het onderwijs tussen de basisschool en de universiteit in één wet geregeld: de Mammoetwet. In het beroepsonderwijs kwam meer aandacht voor...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.