Niet zeven seconden waarin iemand op een telefoon kijkt, maar zeven seconden waarin de cognitieve verwerking vertraagt. Dat is een essentieel verschil – en precies het verschil dat er in het onderwijs toe doet. Belangrijk is hier op te merken dat ander onderzoek heeft laten zien dat het herstel veel langer duurt als de onderbreking je jouw plek doet verliezen in een complexe taak zoals schrijven, probleemoplossen of lezen, omdat je ook tijd nodig hebt om je gedachtegang te herconstrueren (resumption lag). Dit gebeurt vooral als je ook erover nadenkt of op acteert.

Zeven seconden klinkt triviaal. Totdat je begrijpt wat het betekent. In een klas van 25 leerlingen, tijdens lezen, rekenen of uitleg, gaat het niet om één onderbreking. Het gaat om een stroom van micro-onderbrekingen. Tien leerlingen, meerdere meldingen, verspreid over een lesuur. Dan heb je geen ’klein beetje afleiding‘, maar een leeromgeving waarin aandacht voortdurend wordt gekaapt. En ja, gekaapt is hier echt het juiste woord. De auteurs noemen het niet voor niets attention hijacked. Ze laten zien dat meldingen aandacht kapen via een combinatie van: salience (het valt op), conditionering (je brein heeft geleerd dat meldingen iets opleveren), en relevantie-inschatting (dit zou belangrijk kunnen zijn voor mij). Dat is geen karakterzwakte van leerlingen. Dat is cognitieve architectuur.

Wat deze studie sterk maakt, is dat de onderzoekers niet weer een kunstmatig piepje in een steriel lab hebben gebruikt. Zij bouwden een relatief ecologisch valide opzet: deelnemers deden een Stroop-taak terwijl iPhone-achtige sociale media pop-upmeldingen verschenen, met herkenbare app-iconen en timing die lijkt op echte notificaties. In de hoofdconditie dachten deelnemers zelfs dat de meldingen van hun eigen telefoon kwamen. Dat is relevant, want aandacht reageert niet alleen op prikkels, maar op betekenis.

En wat zagen ze? Vooral vertraging in reactietijd, niet primair een explosie aan fouten. Dat is belangrijk voor leraren, want dit soort verstoring zie je vaak niet meteen terug in foute antwoorden. Een leerling lijkt nog steeds mee te doen, maar verwerkt trager, schakelt minder soepel of snel en raakt sneller de mentale draad kwijt. Met andere woorden: de schade zit vaak niet in zichtbare chaos, maar in onzichtbaar verlies van verwerkingscapaciteit (en daar hebben wij zo weinig van!).

Precies daar gaat het in het onderwijs mis in het debat. We praten eindeloos over schermtijd. Hoeveel uur per dag? Hoe lang online? Alsof het alleen om duur gaat. Deze studie suggereert iets anders of iets erbij, en eerlijk gezegd ook misschien iets interessanters: niet alleen duur, maar vooral frequentie van onderbreking doet ertoe. De onderzoekers vonden dat de grootte van de verstoring samenhing met patronen van smartphonegebruik zoals notificatievolume en checkfrequentie, niet simpelweg met totale tijd op het apparaat. Hun eigen discussie zegt het expliciet: we moeten meer kijken naar interactiefrequentie en minder obsessief naar alleen screen time.

Dat is een punt waar scholen iets mee kunnen. ’Minder schermtijd‘ is als advies voor onderwijs vaak te grof en te vaag. Het gaat hier om ‘minder onderbrekingen’. Denk hier aan simpele, uitvoerbare maatregelen zoals notificaties uit tijdens instructie; notificaties uit tijdens zelfstandig werken; vaste checkmomenten invoeren in plaats van continue bereikbaarheid; en vooral leerlingen uitleggen waarom dit nodig is. Buiten kijf staat dat de beste oplossing is: het mobieltje blijft thuis of in de kluis.

Die maatregelen nemen scholen niet omdat ze streng willen zijn of omdat telefoons slecht zijn, maar omdat leren nu eenmaal afhankelijk is van aandacht, en aandacht beperkt is. Werkgeheugen is geen bodemloze emmer. Als je die steeds vult met irrelevante prikkels, blijft er minder over voor wat er geleerd moet worden. Dat is ook waarom deze studie zo goed aansluit bij wat we al lang weten uit de cognitieve psychologie: denken kost mentale inspanning en taakwisselingen (niet multitasking, wat wij niet kunnen) zijn duur. Een melding is niet alleen het moment van verschijnen. Het is ook de cognitieve nasleep: de oriëntatie, de afleiding, het nadenken, de terugkeer naar de taak. In eenvoudige taken merk je dat als een kleine vertraging. In complexe taken – begrijpend lezen, redeneren, probleemoplossen – is het precies het verschil tussen opbouwen en afbreken.

De conclusie voor het onderwijs is tamelijk simpel, maar blijkbaar toch controversieel: als je wilt dat leerlingen leren, moet je hun aandacht beschermen. Niet totalitair. Niet hysterisch. Gewoon professioneel. Meldingen zijn ruis, en ruis is de vijand van leren.

 

Fournier, H., Fournel, A., Osiurak, F., Koenig, O., Pâris, F., Gaujoux, V., & Ringeval, F. (2026). Attention hijacked: How social media notifications disrupt cognitive processing. Computers in Human Behavior, 179, 108926. 

 

Paul A. Kirschner is emeritus hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit en gasthoogleraar aan de Thomas More Hogeschool (België).