De wetgever verwacht nogal wat van de onderwijsinspectie: controleren of
scholen de wettelijke deugdelijkheidseisen naleven, de onderwijskwaliteit stimuleren aan de hand van de ambities van scholen, herstelopdrachten geven en eventuele sancties opleggen, bijdragen aan beleid (bijvoorbeeld met de onderzoekskaders) en tot slot uitvoerende taken, zoals toestemming verlenen aan scholen om op bepaalde punten van de wet te mogen afwijken. Zo’n indrukwekkend rijtje roept vragen op: doet de wetgever er wel goed aan om al die taken bij de inspectie te beleggen? En in hoeverre past een stimulerende taak bij een orgaan dat ook controleert?
Haal meer taken van inspectie naar politieke arena
...Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.