Achterstandsleerlingen van autochtone komaf krijgen bij gelijke scores op de Cito-eindtoets lagere schooladviezen dan de andere leerlingen. Rapportages van eerdere PRIMAcohorten lieten dit al zien. Daardoor beginnen deze leerlingen op een lager niveau aan het voortgezet onderwijs. Hun achterstand neemt in de volgende jaren nog toe, omdat velen onder hen die op havo- of vwo-niveau begonnen zijn, uiteindelijk toch in het vmbo terechtkomen. Heel opvallend zijn de verschillen tussen leerlingen met een redelijk goede score op de Cito-eindtoets (536-542). In deze categorie zit van de autochtone achterstandsleerlingen in het vierde jaar bijna zeventig procent in het vmbo, terwijl dat van de allochtone achterstandsleerlingen en de leerlingen zonder extra gewicht (= laagopgeleide ouders) maar veertig procent is. Van...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.