Meisjes presteren in bètavakken vaak beter dan jongens. Waarom kiezen jongens dan nog steeds vaker voor ‘mannelijke’ studies als wiskunde en techniek, en meisjes meer voor ‘vrouwelijke’ studies als onderwijs en de zorg? Dat komt, zo blijkt uit enquêtes onder ruim zevenduizend Nederlandse jongeren, door verwachtingen over wat ‘typisch’ meisjes- en jongensgedrag is (genderrolverwachtingen). Deze verwachtingen beïnvloeden niet alleen de studiekeuzes van meisjes (zoals al vaker is aangetoond), maar ook die van jongens. Het beroep van ouders speelt een belangrijke rol: vooral moeders met een genderstereotiep beroep brengen bij zoon of dochter dito studiekeuzes teweeg. Bij meisjes zorgen ook verwachtingen van vrienden over ‘typisch’ meisjes- en jongensgedrag ervoor dat ze minder vaak voor bètawetenschappelijke studierichtingen kiezen, omdat...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.