Sinds de invoering van de leerlinggebonden financiering (lgf) in het schooljaar 2003-2004 gebeurt de indicatiestelling voor speciaal onderwijs door onafhankelijke Commissies voor Indicatiestelling (CvI's). Deze regionale commissies beoordelen op basis van uniforme criteria de toelaatbaarheid van leerlingen met beperkingen, bijvoorbeeld slechthorenden, verstandelijk beperkten, kinderen met een lichamelijke beperking of ziekte, en leerlingen met psychiatrische problematiek. Bij het totstandkomen van het lgf-beleid was een belangrijk punt de onafhankelijkheid van de indicatiestelling. Een begrip dat niet of nauwelijks is uitgewerkt in de wet- en regelgeving. Gerechtvaardigde vraag is dan hoe die onafhankelijkheid in de praktijk uitpakt. Uit interviews met de voorzitters van vrijwel alle 35 CvI’s blijkt dat ze verschillende opvattingen hebben over de invulling van het begrip onafhankelijkheid...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.