Leraren in het basisonderwijs hebben allerlei soorten leerlingen in de klas. Zij moeten aan meervoudige verwachtingen voldoen: voor kinderen uit achterstandsgroepen (autochtoon en allochtoon) een passend aanbod creëren, maar ook voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften (‘zorgleerlingen’) of voor hoogbegaafde (‘excellente’) leerlingen.
Een grote diversiteit in de klas zou het voor leerkrachten moeilijker maken om goed op de leerbehoeften van alle (groepen) kinderen in te gaan (adaptief onderwijs te geven). Leerkrachten zouden zich al snel overvraagd kunnen voelen. Als dat zo is, zou een grotere diversiteit samen gaan met lagere onderwijsopbrengsten.
Dat wilde het Kohnstamm Instituut onderzoeken. Centraal stond de vraag of de schoolprestaties en sociale uitkomsten, zoals vertrouwen in eigen kunnen en motivatie, van verschillende groepen leerlingen afhankelijk zijn...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.