Kijk naar de natuur en het is duidelijk: dieren en kleine kinderen leren door te spelen. Tel daarbij op: geen ouder hoeft zijn kind te stimuleren om te spelen. ‘Ziedaar een gouden combi,’ zegt Niels van de Voort (29), biologieleraar op Oranje Nassau School, een vmbo-school in Bilthoven.
Hij ontwierp een spel voor zijn biologieles en keek of dit de intrinsieke motivatie van leerlingen vergrootte. Hiermee won hij de OnderwijsTopTalentPrijs 2014 in de categorie voortgezet onderwijs, de prijs voor de meest talentvolle leraar, een initiatief van het INOP samen met onder meer Didactief.
Eigenlijk is het raar om leerlingen te laten leren voor een cijfer, vindt Van de Voort. ‘Het is toch leuk om nieuwe dingen te leren? Je wilt toch het beste uit jezelf halen?’ Leerlingen vinden stoeien met de stof leuk als je ze het spelenderwijs aanbiedt, merkte hij in de vier jaar dat hij lesgaf. ‘Dan gaat leren haast terloops.’ Maar hard bewijs hiervoor had hij niet.
Zware klus
Al snel stuitte hij op een probleem: hoe meet je de intrinsieke motivatie van leerlingen? Na enig puzzelwerk kwam hij uit bij de theorie van flow, de mentale toestand waarin je volledig opgaat in je handelingen. Dankzij indicatoren van flow kon hij enquêtes maken om de intrinsieke motivatie van leerlingen in kaart te brengen.
Vervolgens gaf Van de Voort verschillende lessen over homeostase in de nieren, een lastig onderwerp waarbij leerlingen gewoonlijk snel afhaken. Hiervoor gebruikte hij het lesboek én een bordspel dat hij zelf gemaakt had.
In het spel doorliepen leerlingen zelf het homeostatisch proces. Tactiek was belangrijk. En omdat ze wilden winnen, waren ze onbewust met de stof bezig.
Bordspel
Het ontwerpen van een spel bleek nog best moeilijk: ‘Je moet een balans vinden tussen leerstof en spel.’ Van de Voort koos bewust voor een bordspel: ‘Leerlingen moeten dan samen spelen en dat vergroot de betrokkenheid.’ Niveau is belangrijk: het spel moet voor iedereen ongeveer even moeilijk zijn. ‘Een havo-leerling kan niet zomaar tegen een vwo-leerling spelen.’
Uit de enquêtes bleek dat spelenderwijs leren inderdaad de intrinsieke motivatie van de leerlingen verhoogde. Maar Van de Voort zag het ook aan het fanatisme. Na de bel bleven zijn leerlingen doorgaan: ‘Nog effe snel dit rondje afmaken, meneer.’
Ook zijn collega’s waren enthousiast en wilden het spel graag lenen. Uiteraard: ‘Je hebt het al zo druk, dus moet je je kennis en tijd met elkaar delen.’
Na zijn onderzoek is Van de Voort helemaal overtuigd van de kracht van spelenderwijs leren: ‘Leerlingen kunnen op uiteenlopende manieren van educatieve spellen leren. Hier ligt echt nog een taak voor methodeontwikkelaars.’ Zelf zou hij graag vervolgonderzoek doen.
Naast spellen, maakt Van de Voort trouwens ook animaties voor zijn leerlingen. Want sommigen hebben het nodig de stof nog een keer te zien. Of op een andere manier. Een heel gepuzzel, maar leuk: hij leert er zelf ook weer van.