‘Onbegrijpelijk en stom: dat vond mijn 2 havo-klas van het gedicht “Polonaise” van Paul van Ostaijen, dat Tonke Dragt citeert in haar boek Torenhoog en mijlen breed. We lazen het boek samen. Fascinerende, maar complexe poëzie, waar mijn leerlingen niets van konden maken. Ik besloot om het gedicht samen te onderzoeken, met hulp van dichter en Van Ostaijen-kenner Geert Buelens, die een gastles verzorgde. We behandelden de moeilijke woorden, het ritme en mogelijke betekenissen. Buelens stelde ons gerust: het is heel normaal om een gedicht een beetje vreemd te vinden. Sterker nog: soms is dat juist de bedoeling van de schrijver. Na afloop vertelde een leerling me dat ze het gevoel had dichter bij de boekenwereld...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.