Het zal de meeste Nederlandse leraren als muziek in de oren klinken: weinig lesuren, hoogopgeleide collega’s en een onderwijscultuur waar vertrouwen in de leraar de basis is. Het zijn maar een paar kenmerken van een onderwijssysteem dat al tijden ongekend succesvol is. Wat is het geheim achter het Finse succes?
De kwaliteit van de leraar is de kurk waar het Finse onderwijs op drijft. Vanwege de hoge status van het leraarschap is er veel animo om in het onderwijs aan de slag te gaan. De lerarenopleiding kan het zich daarom veroorloven om bij de toelating streng te selecteren: slechts vijf procent van alle aanmeldingen wordt gehonoreerd. Alleen de beste en meest gemotiveerde studenten kunnen de opleiding volgen.
Staan de leraren eenmaal voor de klas, dan worden ze niet permanent op de vingers gekeken. De Finnish National Board of Education, die elke tien jaar het nationaal curriculum vaststelt en de kwaliteit van het onderwijs monitort, doet steekproefsgewijs onderzoek naar de scholen, maar voert geen structurele controles uit zoals de Onderwijsinspectie in Nederland. De verzamelde gegevens worden hoofdzakelijk gebruikt om van te leren, niet om scholen op af te rekenen. Ze worden ook niet openbaar gemaakt. Ranglijsten met de beste scholen zal je in Finland tevergeefs zoeken.
De resultaten van dit systeem zijn indrukwekkend: het Finse onderwijs behoort al jaren tot de best presterende onderwijssystemen ter wereld (zie kader). En dat terwijl het aantal wettelijk verplichte lesuren ruim onder dat van Nederland ligt: 19 lesuren (waarvan elk 45 minuten) per week in de onderbouw, oplopend tot 26 lesuren in de bovenbouw en 30 lesuren in de zogeheten middenschool (12-15 jaar).
Top van de wereld
Sinds 2000 meet het Programme for International Student Assessment (PISA) elke drie jaar in zo’n zestig landen de vaardigheden van vijftienjarigen op het gebied van taal, rekenen en natuurwetenschappen. Hoewel iets weggezakt in de laatste uitgave (2012), scoort Finland steevast zeer goed, net als Japan, Shanghai en Zuid-Korea. Met lezen en natuurwetenschappen had Nederland in 2012 negen plaatsen achterstand op de respectievelijk zesde en vijfde plek van Finland, maar lag met de tiende plek voor rekenen juist twee plaatsen voor op de Finnen. (auteur: Filip Bloem)
Een ander belangrijk verschil met Nederland: in Finland gaan alle leerlingen tot en met hun vijftiende naar de basis- en middenschool, pas daarna volgt een keuze voor het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of beroepsonderwijs. Leerlingen zitten hierdoor tien jaar op dezelfde school, waarin ze allemaal hetzelfde aanbod krijgen.
Keerzijde
Op de prestaties van het Finse onderwijssysteem mag dan weinig af te dingen zijn, toch klinkt er de laatste jaren kritiek. De hoge rankings zouden tot zelfgenoegzaamheid hebben geleid. Neem de randvoorwaarden van het Finse onderwijs, die onverminderd goed op orde zijn: een kwalitatief hoogstaande lerarenopleiding, een cultuur van vertrouwen, veel respect voor de leraar en een goed werkend leerlingvolgsysteem. Uit schoolbezoeken van de Finnish National Board of Education blijkt dat die voorwaarden niet optimaal benut worden. Dat heeft paradoxaal genoeg te maken met de sterke autonomie van de leraren. De meeste leraren krijgen nauwelijks lesbezoeken van hun schoolleider. Schoolleiders staan op het standpunt dat de leraren een goede opleiding hebben gehad en dus goed zijn in hun vak. Als de resultaten tussen leraren verschillen, dan wijten zij deze aan verschillen tussen leerlingen.
Sterke autonomie van leraren
maakt kritiek moeilijk
Het grote vertrouwen in de professionaliteit van de leraar heeft een keerzijde. Finse leraren zijn het niet gewend om bij elkaar in de keuken te kijken. Onderlinge afstemming, ‘leren van elkaar’, maar ook evaluaties op basis van gegevens uit het leerlingvolgsysteem zitten niet in de Finse werkcultuur. Dat maakt het lastig om de individuele kwaliteiten van een leraar om te zetten in een collectieve meerwaarde voor de school.
Wetenschappers en beleidsmakers plaatsen steeds vaker kanttekeningen bij de kwaliteitszorg binnen het Finse onderwijs. Het huidige systeem kent geen sancties voor scholen die ondermaats presteren. Het is dus de vraag of de goede resultaten van het Finse onderwijs op termijn gewaarborgd kunnen worden.
Vernieuwing
Een aantal veranderingen is op komst. Zo is er in het nieuwe nationale curriculum dat per 2016 ingaat, meer aandacht voor samenwerking: leerlingen moeten vaker in tweetallen opdrachten maken en verantwoordelijker worden voor hun eigen leerproces. Leraren zullen vaker samen lessen plannen en voorbereiden. Ook zal er meer sturing plaatsvinden op kwaliteitseisen: scholen moeten in 2015 een effectief kwaliteitszorgsysteem hebben, inclusief een ontwikkelingsplan en evaluatiemechanismen. Verder worden ze gestimuleerd om meer aan zelfevaluatie en peer learning te doen; de Finnish National Board of Education organiseert onder meer uitwisselingsbijeenkomsten om dit voor elkaar te krijgen.
Toch valt er zeker wat van het Finse onderwijs te leren. Het laat zien dat investeren in de lerarenopleiding cruciaal is om het vertrouwen in leraren een impuls te geven. Met alleen een lerarenregister, zoals dat in Nederland vanaf 2017 verplicht wordt, kom je er niet. De lat voor het leraarschap moet simpelweg omhoog. Concreet gaat het dan om het inbedden van de opleiding in de universiteit, het verhogen van de pedagogische en didactische eisen aan de nieuwe leraren, het doen van onderzoek vanaf het eerste leerjaar en meer samenwerking met speciale opleidingsscholen, zodat ook de praktijkcomponent binnen de opleiding toeneemt.
Nederland
Finland levert veel inspiratie op, maar maakt je ook bewust van de sterke kanten van het Nederlandse onderwijs. Onze leraren weten hoe ze leerlingen moeten prikkelen en activeren. De leermaterialen zijn bij ons uitdagender en Nederlandse leraren slagen er steeds beter in om te differentiëren in de les. En dat terwijl ze meer lesuren draaien en met grotere klassen moeten werken dan hun Finse collega’s.
Als we in Nederland ook zwakkere leerlingen meer uitdagen en tegelijkertijd investeren in de lerarenopleiding, dan kan ook hier de autonomie en status van het leraarschap weer groeien. Leraren hebben vertrouwen nodig, niet alleen maar controles.
De pluspunten van het Nederlands onderwijs –analytische diepgang, differentiatie, aandacht voor de doorstroom naar het vervolgonderwijs, samenwerking tussen leraren – zullen dan nog beter uit de verf komen. Zo blijkt het Nederlandse onderwijs, zelfs in vergelijking met het succesvolle Finland, sterke troeven in handen te hebben.
Dit artikel verscheen in Didactief, oktober 2015.