
Ik las de tekst van Martijn Meeter (Weg met persoonsvorming!, Didactief,
maart 2021) in dezelfde week waarin de Februaristaking werd herdacht. In de berichtgeving werd geciteerd uit de brief die stakingsleider Willem Kraan vlak voor zijn executie aan zijn vrouw en jonge dochter schreef (zie kader).
Ik moest hieraan denken, omdat ik uit de tekst van Meeter de indruk krijg dat hij de thematiek van persoonsvorming niet helemaal lijkt te begrijpen – of misschien bezorgd is dat het zo makkelijk verkeerd kan worden begrepen – en omdat hij het geen geschikt thema voor het onderwijs vindt. Vrijheid is geen complexe filosofische kwestie, maar heeft te maken met het simpele feit dat ons leven niet is voorgeprogrammeerd. Dat we steeds weer zus of zo doen, ja of nee zeggen, met de stroom meegaan of weerstand bieden. Vaak is dat niet zo ingewikkeld, soms is het knap lastig. En in sommige gevallen, zoals bij Kraan, zelfs een kwestie van leven of dood. Dit is de uitdaging van persoon-zijn.
‘Zelfonzekerheid’
Het bijzondere van persoon-zijn is dat iedereen dat zelf moet doen. We kunnen elkaar aanmoedigen en ondersteunen, maar uiteindelijk – om het ouderwets te zeggen – moet iedereen met zijn eigen geweten in het reine zien te komen. Het voorbeeld van Willem Kraan (zie kader onder) is indrukwekkend, en we blijven elkaar terecht herinneren aan andere indrukwekkende voorbeelden, zoals Nelson Mandela, Rosa Parks, Mahatma Gandhi, Emmeline Pankhurst, Martin Luther King. Maar ook in nazi-Duitsland waren er mensen die bereid waren voor hun idealen te vallen, net zoals terroristen in onze tijd. Idealen hebben, ervoor staan en ervoor willen vallen is dus niet genoeg – en soms zit daar precies het probleem. De Duitse pedagoog Klaus Mollenhauer heeft daarom betoogd dat we in de opvoeding niet uit moeten zijn op het aanbrengen van krachtige idealen en het vormen van een sterk karakter, maar juist een mate van ‘zelfonzekerheid’ (Selbstungewissheit) moeten cultiveren.
| Wat te doen met vrijheid? |
Ook vanuit die invalshoek is het te waarderen dat de politiek in Nederland is teruggedeinsd voor persoonsvorming als de vorming van de leerling naar een bepaald ideaalbeeld. Maar het is jammer dat de politiek onvoldoende lijkt te begrijpen dat daarmee nog niet alles over onderwijs en het persoon-zijn van de leerling is gezegd. En het is ook jammer dat Meeter die kwestie net iets te snel aan de kant schuift, deels als onwenselijk en deels als onmogelijk.

Pedagogische verwaarlozing
Wat het onwenselijke betreft: natuurlijk willen we de nieuwe generatie de weg wijzen en dingen meegeven, maar uiteindelijk is het aan hen om met dat alles in vrijheid hun leven vorm te geven. Er zit daarom een grens aan de ambitie om het persoon-zijn van leerlingen vanuit onze ideaalbeelden te vormen. Maar wie denkt dat dat betekent dat we ons helemaal niet met hun persoon-zijn zouden mogen bemoeien, stapt in de val van pedagogische verwaarlozing. Vooral omdat er zo veel andere krachten in de samenleving zijn die de vrijheid van de nieuwe generatie maar al te graag in bezit willen nemen.
Plooi leerling niet naar ideaal, maar
vorm een geweten
Denk bijvoorbeeld aan het geweld waarmee reclame en sociale media de leefwereld van kinderen en jongeren binnendringen. Het pedagogische werk bestaat er hier allereerst in ruimte en afstand te creëren, zodat kinderen en jongeren in een verhouding kunnen komen tot wat er om hen heen gebeurt en er niet gedachtenloos in meegaan. Dit is persoonsvorming als het aanmoedigen tot persoon willen zijn, tot zelfstandigheid en staande kunnen blijven.
De tragiek van nazisme en terrosime ligt daarom niet in verkeerde waarden, maar in het feit dat mensen zichzelf vergeten en bereid zijn zichzelf te vergeten. Dat Befehl niets anders is dan Befehl, zonder ruimte voor twijfel. Met een ouderwetse term gaat het hier om het vraagstuk van het geweten: een ‘tweede weten’ (het Engelse woord con-science) dat altijd ‘meeloopt’ in ons denken en doen, dat op onze schouder zit, kan blijven knagen en ons aanspoort onszelf niet te vergeten of te verliezen.
Oefen met persoon-zijn
De moderne pedagogiek vraagt al zo’n 250 jaar – sinds Rousseau – aandacht voor het persoon-zijn en probeert al even lang onderwijsvormen te ontwikkelen waarin leerlingen met hun vrijheid kunnen oefenen. Vooral de traditionele vernieuwingsscholen – montessori, dalton, jenaplan en vrijeschool – hebben hier veel te bieden. Door te oefenen ervaren leerlingen dat vrijheid geen kwestie is van doen wat je leuk vindt, maar van grenzen en begrenzing. In het uitoefenen van je eigen vrijheid kom je immers de vrijheid van andere mensen tegen – het thema van de democratie – en ook een natuurlijke wereld die ons begrenst. De kwaliteit die hierbij in het geding is, heet volwassenheid. Wat volwassenheid is, moet ieder van ons uiteindelijk zelf uitmaken; het is onlosmakelijk deel van de uitdaging tot persoon-zijn. Wel is duidelijk wat onvolwassenheid is: achter je eigen wensen en verlangens aanlopen zonder besef van grenzen en begrenzing.
Wat onvolwassen is:
belang najagen zonder
besef van begrenzing
Onderwijs kan hier geen garanties bieden. De filosoof Kant sprak niet voor niets over de pedagogische paradox als de vraag hoe we via dwang vrijheid zouden kunnen cultiveren. Maar dit werk is niet minder paradoxaal dan didactiek (hoe kunnen we iets uitleggen als leerlingen nog niet weten waar het over gaat?) of leren (hoe kunnen we iets zoeken als we nog niet weten waar we naar op zoek zijn?). In de alledaagse onderwijspraktijk lukt het ons steeds weer om de meeste leerlingen over die paradoxale grenzen heen te trekken. Laten we daarom de moed niet te snel opgeven en blijven zoeken naar wegen om het persoon-zijn de aandacht te geven die het verdient.
Gert Biesta is als hoogleraar verbonden aan Maynooth University (Ierland), de University of Edinburgh (Schotland) en aan de Universiteit voor Humanistiek.