Het loopt helemaal niet lekker met mijn 2 havo-klas. Al vanaf het begin van het jaar niet. Het hielp niet dat de zogenaamde gouden weken op school ook nu niet van goud waren. Een rooster vol gaten; steeds wisselende lokalen en een deel van de leerlingen aan wie de boeken niet geleverd zijn. En die geen schrift bij zich hadden. En een boete hadden bij de bieb, ‘dus ik kan geen boek lenen, mevrouw’.
Maar ook nu die startproblemen zijn opgelost hebben ze geen zin. Het is gewoon geen leuke klas; ik zie op tegen de lessen. Het lukt me niet om ze zin te laten maken. En dat terwijl de nieuwe methode die we gebruiken toch hartstikke leuk is. We behandelen het thema jeugdliteratuur. Naast de teksten uit de boeken, die ook al leuk zijn, lees ik ook nog voor uit oude boekjes die mijn moeder op de nonnenschool las, en ongekuiste versies van de boeken van Roald Dahl. Zodat ze een beetje een idee krijgen over kinderboeken van vroeger en van nu. Maar de gezichten staan op sááááái en daarna op ‘ik ben volstrekt afgehaakt’.
Ik weet dat het niet moet, maar ik ga dan enorm mijn best lopen doen. Steeds harder werken. Enthousiaster praten. Meer gebaren. Nog een filmpje. Zien jullie nou niet hoe leuk dit is?
Nee, zien ze niet.
En misschien is het eigenlijk ook best een flut-thema. Veranderingen in de jeugdliteratuur. Hoe lollig je Jantje zag eens pruimen hangen ook brengt, geen 2 havo-leerling wil eraan.
Vermoeid blader ik dan maar door naar een volgende paragraaf. Ja hoor, weer jeugdliteratuur. Nu over spanning. Over cliffhangers, suspense, vertraging. Er gaan een paar jongens rechtop zitten.
Na de theorie moeten ze een stuk van een verhaal schrijven. Een spannend verhaal. En hé, daar gaan ze. Terwijl ze druk op hun Chromebooks timmeren, gaan de gezichten van ‘saai’ naar ‘iedereen mond houden, ik ben bezig’. Er komen verhalen. Over een man die blootsvoets met een zeis door het bos loopt. Over een mango die van een klif valt. Over twee meiden die in de verkeerde bus stappen en naar een slachterij worden gebracht. Met suspense, met vertraging, en af en toe een cliffhanger.
Ik stel mijn mening bij. Dit is best een leuke klas.
En dan komt ook Siem nog bij me, na de les. ‘Mevrouw, in het boek staat ook een thema over goed en kwaad. Had u dat gezien? Wanneer behandelen we dat? Want goed en kwaad, daar weet ik namelijk best wel veel van, zeg maar.’
Ik heb ineens weer heel veel zin in de volgende lessen.