Als onderwijsfanaat viel het me op dat de school en de meester erg negatief worden geportretteerd. De onsympathieke, chagrijnige, oude schoolmeester vindt kennis belangrijk maar bereikt met zijn instructie de hoofdpersoon niet. De sympathieke, jonge buurman daarentegen vertelt de hoofdpersoon dat leren leuk moet zijn en dat de interesse van het kind leidend moet zijn voor wat het kind wanneer leert. De film neemt duidelijk stelling in het (nog steeds) voortdurende debat in onderwijsland tussen voorstanders van het belang van een kennisbasis en directe instructie versus voorstanders van ontwikkelingsgerichte onderwijsbenaderingen.
Het maakte me nieuwsgierig naar hoe dit zit bij andere Nederlandse kinderfilms waar het onderwijs een rol speelt. Ik deed een kleine amateuranalyse van recente films zoals Mees Kees, Brammetje Baas, Superjuffie, juf Braaksel en Achtste groepers huilen niet. In deze verschillende kinderfilms figureren allerlei archetypes van meesters en juffen, maar er is een gemeenschappelijke ideologische boodschap. Scholen zijn nare instellingen die zich richten op kwalificatie en prestaties op toetsen. Lessen waarbij kinderen kennis opdoen, worden vooral getoond als een verzameling saaie, zinloze opdrachten die creativiteit doden. De leraren of directeuren die dit belangrijk vinden, zoals meester Vis of juf Braaksel, zijn in de regel oud, lelijk, gemeen en incompetent. De juffen en meesters die er wel positief vanaf komen (juf Josje, mees Kees, juf Evi) verzetten zich tegen het systeem en stellen zich niet op als bron van kennis maar als coaches die sociaal-emotionele ontwikkeling en subjectvorming voorop stellen. Het hoofddoel van de held-leraar is het kind zijn eigen ‘ik’ te leren ontdekken. De impliciete boodschap is vaak dat de klas een gemeenschap moet zijn waar de menselijke maat prevaleert boven de methodiek.
Ik denk dat dit een spiegel is van breed gedragen culturele voorkeuren en ideologie. Kinderfilms vertellen al decennialang impliciet hetzelfde verhaal als Gert Biesta. We besteden te veel aandacht aan kennis en kwalificatie. Het valt me tegen hoe weinig kinderfilms op dit vlak origineel zijn. Het valt me ook tegen hoe eenzijdig het beeld is. Natuurlijk zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en subjectvorming belangrijk, maar waarom zijn kennis en de leraren die zich hiervoor inzetten elke keer de boeman? Ik kan dit schrijven omdat een hele reeks leraren vele uren aandacht hebben besteed aan mij die kennis en vaardigheden bijbrengen. Dankzij de methodes en wekelijkse inzet van duizenden leraren is er nauwelijks nog analfabetisme en hebben we als burgers een gemeenschappelijk referentiekader. Waarom zijn er geen Nederlandse kinderfilms waarin kennis iets positiefs is en waar leraren die zich hier voor inzetten de good guys zijn?
Je kunt stellen dat deze films een correctie zijn op een systeem dat te eenzijdig is gericht op kennis en kwalificatie. Maar door dit zo eenzijdig te doen, creëer je wel een context waarin een van de belangrijkste taken van school wordt gezien als saai en stom. Dit maakt het niet makkelijker voor leraren die naast al het coachen ook nog graag les willen geven. Het stoort me ook omdat het beeld niet klopt met de werkelijkheid. Ik zie in de praktijk hoe leerlingen opbloeien wanneer ze op school goed les krijgen. Het is een gemiste kans dat Nederlandse filmmakers tot nu toe de schoonheid en waarde van deze rol van onderwijs nog niet verbeelden.
Izaak Dekker is associate lector didactiek en curriculumontwikkeling aan de Hogeschool van Amsterdam.