Het is drie uur, de Utrechtse Jan Nieuwenhuijzenschool gaat uit, maar in één lokaal staan elf stoelen klaar in een kring voor de kinderen die deelnemen aan Spelen met Taal. Drie jongens en acht meisjes van een jaar of negen, merendeels allochtoon. Waarom hebben ze gekozen voor deze vrijwillige activiteit? De antwoorden lopen uiteen van: ‘Ik vind het gewoon leuk om spelletjes te doen’ tot: ‘Mijn moeder vond het goed voor mij’. Eén van de meisjes vertelt trots dat ze thuis de spelletjes naspeelt met haar moeder.
Vandaag begint de voorbereiding voor de open les voor de ouders. Onder leiding van docente Frederike Honenkamp beginnen de kinderen aan het eerste spel, De Woordslang, waarbij de leerlingen om de...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.