De roep om minder vakken keert periodiek terug in de onderwijsdiscussies. Wie herinnert zich niet het gesjacher rond vakken toen de Tweede Fase werd ingevoerd? Hamvraag was steeds: welke vakken moeten geschrapt worden en wie bepaalt dat? Laurens van Lier, directeur van het Stedelijk Lyceum en Mavo in Zutphen is helder: ‘Ik denk dat leerlingen iets moeten doen met taal en wiskunde. Maar een vak als ckv kan misschien geïntegreerd worden in Nederlands. En maatschappijleer kan wellicht bij economie of geschiedenis?’ Samen met andere leraren en de onderwijswoordvoerders stelde Van Lier de notitie Samen leren op waarin onder meer gepleit wordt voor meer vakintegratie en minder vakken. ‘Leerlingen moeten nu kiezen uit vier verplichte profielen. Misschien moeten we dat loslaten.’
Bezuinigen
Veel vakken geven is duur. Dat vinden de bewakers van ’s lands schatkist. In 2010 al suggereerde de werkgroep Productiviteit onderwijs van het ministerie van Financiën minder vakken te geven als oplossing voor een ‘heroverweging van de overheidsfinanciën’.
Minder vakken geven is niet goedkoper
De werkgroep bedacht een aantal maatregelen om de leerwinst te maximaliseren waaronder een basiscurriculum voor het voortgezet onderwijs van 850 uur en twee profielen (in plaats van vier). Ze verwachtte zo dat het onderwijs goedkoper zou worden: bij minder vakken is het immers makkelijker om kleine (dure) klassen in de bovenbouw te voorkomen. Strakkere roosters, minder tussenuren.
De werkgroep vergiste zich echter. Onderzoek van de Onderwijsraad wees in 2011 uit dat reductie van het aantal profielen (van vier naar twee) geen inhoudelijke of een organisatorische winst oplevert.
Uit onderzoek van Ecorys bleek destijds bovendien dat zo’n stroomlijning een risico oplevert voor de aansluiting met het hoger onderwijs, met name voor de instroom in de technische vervolgopleidingen.
En schoolleiders wíllen helemaal niet minder vakken, bleek uit hetzelfde onderzoek: organisatorische knelpunten zien ze niet.
Ook het GION, onderzoeksinstituut van de Rijksuniversiteit Groningen, concludeerde in een groot onderzoek naar de Tweede Fase in 2012 dat scholen geen behoefte hebben aan minder vakken. Ze hebben de wettelijke ruimte wel om meer te focussen op kernvakken, maar benutten die maar zelden. Waarom? Denk aan profilering van de school, concurrentie met andere scholen en de bevoegdheden van leraren. Waarom zou je geen Spaans geven als je de bevoegdheid in huis hebt (en de concurrentie niet?).
Rust
Van Lier kent de argumenten. Maar waarom pleit hij met Samen Leren dan toch voor het integreren van vakken? ‘Minder vakken geven is géén doel op zich, maar als we docenten een aantrekkelijke werkomgeving willen bieden, dan moet er iets veranderen. Roosteren is lastig met zo veel vakken. Het geeft veel onrust aan de bovenkant van het voortgezet onderwijs. Met verbreding en verdieping komt de rust een beetje terug.’
Hier klinkt een echo van de argumenten van De Heelmeesters, een collectief van docenten dat eind jaren tachtig juist pleitte voor volwaardige vakken. Dus Frans met spreek- en luistervaardigheid, grammatica en literatuur (zie kader).
Van Lier zegt niet welke vakken geïntegreerd zouden moeten worden en dus als zelfstandig vak moeten verdwijnen. ‘Samen leren is geen dogma. Het is niet in beton gegoten. Het laat juist ruimte aan alle partijen, van docenten en schoolleiders tot vakbonden en raden, om mee te denken. Het is essentieel dat docenten tijd krijgen om te overleggen, om samen aan het curriculum te werken. We moeten iedereen hierin betrekken.’
Heelmeesters
De laatste keer dat we in Nederland hebben geprobeerd vakken te schrappen, was geen onverdeeld succes. Toen eind jaren negentig er een aantal vakken dreigde te verdwijnen uit het voortgezet onderwijs in de aanloop naar de Tweede Fase, maakten bonden en lobbyisten zo veel lawaai dat vakken deels behouden bleven. Resultaat was een compromis waar eigenlijk niemand echt gelukkig van werd: leraren moderne vreemde talen spraken van uitgeklede vakken. Actiegroep De Heelmeesters, een collectief van docenten, poogde tevergeefs het onrecht te herstellen. Een deel van deze heelmeesters is inmiddels gefrustreerd uit het onderwijs vertrokken.
Vakoverstijgend werken
Er is een manier om samenhang in het curriculum aan te brengen zonder vakken te schrappen: breng de overlap in kaart en integreer vakken meer. Noem het vakoverstijgend werken, samenwerkend leren of taalgericht vakonderwijs. Het is een recept waarvoor Maaike Hajer al langer pleit. Zij is hoogleraar aan de universiteit van Malmö in Zweden en lector Taalgericht vakonderwijs aan de Hogeschool Utrecht. Tevens is zij verbonden aan instituut voor leerplanontwikkeling SLO.
Vakken beter op elkaar laten aansluiten zorgt ervoor dat kinderen zich breder kunnen ontwikkelen, denkt Hajer. De kortste klap is volgens haar vooral taalvakken grotendeels te integreren in zaakvakken. Een opdracht als een verslag schrijven kan een docent Nederlands bijvoorbeeld met een docent scheikunde of natuurkunde voorbereiden en uitvoeren. Hajer: ‘Dat is veel effectiever dan zo’n opdracht binnen het vak Nederlands te houden. Er zijn hele mooie samenwerkingsvoorbeelden ontwikkeld, alleen blijven ze vaak hangen in de sfeer van experimenten of projecten.’
Kennelijk zijn docenten niet zo enthousiast. Misschien niet zo gek? Een vak als Nederlands is toch meer dan het leren schrijven van een verslag? Hajer: ´Natuurlijk. Zo’n gedeelde opdracht maakt het vak Nederlands ook niet overbodig. Er blijft bijvoorbeeld altijd ruimte nodig voor expliciete aandacht voor taalverzorging en een onderdeel als taalbeschouwing. Bovendien heeft literatuuronderwijs een belangrijke plaats. Maar leerlingen vergroten hun taalvaardigheid door die taal te gebruiken in een ander vak. Daarvoor is veel bewijs uit onderzoek. En dat is ook de reden dat veel scholen kiezen voor het tweetalige model en Engels integreren in andere vakken. Dat kan je ook met Nederlands doen. Als je dat goed doet, snijdt het mes aan twee kanten.’
Vakoverstijgend onderwijs: tips voor schoolleiders
- Faciliteer voldoende in tijd en geld.
- Zorg voor continuïteit.
- Stimuleer enthousiasme bij docenten en zorg voor voldoende draagvlak.
- Creëer regelmatige contactmomenten.
- Maak een planning.
- Deel telefoonnummers en adressen van samenwerkende docenten.
- Combineer in de bovenbouw eindtermen van de verschillende vakken.
- Begin met een klein aantal vakken.
- Laat iemand regisseren, afspraken plannen, etc.
- Vermijd top-downsturing.
- Beperk het aantal modules per jaar.
Groei
Hajer werkt bij SLO veel samen met Theun Meestringa die al jaren betrokken is bij allerlei projecten voor vakoverstijgend werken (zie ook het handboek Projectonderwijs in de onderbouw). Op een of andere manier blijft het moeizaam. Hoe komt dat? Meestringa wijst vooral naar de attitude van leerkrachten: ‘Dat taal belangrijk is, zien leraren wel, maar ze zien het ook vaak als iets extra’s. “Dat ook nog!” Maar dat is een misvatting. Er zijn vaardigheden die je over alle vakken heen kunt leggen. Zo kun je de leesstrategieën die leerlingen bij Nederlands leren, ook in andere vakken gebruiken. Maar het is wel handig om hierover schoolbreed afspraken te maken en criteria vast te leggen.’
Meestringa vindt vakoverstijgend werken overigens vooral iets voor op de basisschool of in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Voor de bovenbouw ziet hij er minder brood in – in tegenstelling tot Laurens van Lier die van vakkenintegratie juist verdieping verwacht. Meestringa: ‘Als je meer diepgang in je les wilt, zul je moeten specialiseren.’ En dat gaat volgens hem nu eenmaal het beste in aparte vakuren.
Er is een toenemend aantal scholen in Nederland dat vakoverstijgend werkt, met name, dat moet inderdaad gezegd, in de onderbouw van het VO. De Universiteit Utrecht onderzocht in 2009 waarom scholen dat deden en hoe het beviel. De onderzoekers definieerden vakoverstijgend onderwijs als onderwijs waarbij verschillende vakken samenwerken binnen één centraal thema (module). Kennis en vaardigheden die leerlingen bij het ene vak opdoen, kunnen zij gebruiken voor een ander vak.
Lesstof beklijft beter bij vakoverstijgend werken, bleek uit enquêtes onder tweehonderd leerlingen en honderd docenten en uit dertien diepte-interviews op vijf verschillende scholen. Leerlingen zeggen dat ze het gevoel hebben meer bij het leerproces betrokken te zijn, ook als ze weinig keuzevrijheid ervaren bij het kiezen van modules. Zij vinden het fijn om problemen vanuit verschillende invalshoeken te benaderen en vaardigheden te kunnen combineren. Vakken zijn geen aparte eilandjes meer, maar leerlingen krijgen inzicht in de manier waarop kennis met elkaar samenhangt. Wel willen ze liever niet helemaal vakoverstijgend werken, maar slechts af en toe. Ze waarderen juist de afwisseling van werkvormen.
Collegialiteit
Hoewel lesstof beter beklijft, gaan basiskennis en vakspecifieke vaardigheden soms wel verloren, volgens de docenten in hetzelfde onderzoek. De nadruk op algemene vaardigheden in vergelijking met vakinhoudelijke kennis noemen zij een zorgelijke tendens.
Zelf vinden ze het wel fijn lesgeven. Het vakoverstijgend werken heeft een positieve invloed op de collegialiteit.
En dat past natuurlijk helemaal in de trend van peer review waar het ministerie, de inspectie en de auteurs van Samen leren om vragen. Docenten die van elkáár leren en dus niet van ingevlogen experts.
Tijd en geld zijn de sleutelwoorden bij het implementeren van vakoverstijgend onderwijs, stellen de onderzoekers weinig verrassend. Het is essentieel docenten te faciliteren door ze voldoende uren te geven om lesmateriaal te ontwikkelen. Een struikelblok is om contactmomenten te plannen voor overleg. Het rooster en de verschillende locaties waar docenten werken, gooien vaak roet in het eten. Heeft een school veel parttimers, dan wordt het nog ingewikkelder.
Nadelen
Is dat het allemaal wel waard? Je loopt met vakoverstijgend werken het risico op minder basiskennis en het kost tijd. Moeten we dat wel willen? Anton van den Brink, van oorsprong docent elektrotechniek en nu directeur van de lerarenopleiding Fontys in Sittard, vindt van wel. ‘Dan beklijft de stof beter.’
Maar hij wil niet per se minder vakken. Hij is vooral een voorstander van een betere mix van zaakvakken en algemene vakken, en hij is voor meer differentiëren.
Lesstof beklijft beter bij vakoverstijgend werken
‘Zeker de eerste drie jaar van de onderbouw duren erg lang voor sommige kinderen. Kijk meer naar waar ze affiniteit mee hebben. Zijn ze goed in bèta-vakken? Laat ze die dan op vwo-niveau doen en schakel terug naar havo-niveau voor vakken waar ze minder goed in zijn. Voorkom ook dat bètavakken te talig worden en leerlingen zonder talenknobbel daar last van krijgen. Maar focus wel eerst op de basiskennis en ga pas daarna vakoverstijgend werken. Zo doen ze dat bijvoorbeeld ook in het buitenland.’ Uit onderzoek in Canada is volgens Van den Brink gebleken dat lesstof beter beklijft dankzij die manier van werken.
Voor meer diepgang en een betere transfer is ook een andere manier van toetsen vereist. Nadeel van veel lesmethodes is volgens Van den Brink dat ze wel geschikt zijn voor de toets, maar dat er daarna weinig van de lesstof blijft hangen. ‘Wij zien studenten binnenkomen die op hun eindexamen een 7 of zelfs een 8 haalden, maar drie maanden later zakken voor een instaptoets over dezelfde stof.’ In Canada lijkt de transfer succesvoller, omdat ze langer apart aan vakken blijven werken met betere methodes. ‘Naarmate de basiskennis toeneemt, kun je met vakoverstijgend werken steeds dieper gaan. Maar je moet bij wijze van spreken eerst rijtjes stampen, anders heeft een taal leren geen zin.’
Van den Brink pleit dus voor vakoverstijgend werken, maar pas nadat er een stevig fundament is gelegd van basiskennis. Hij houdt overigens, net als Van Lier, de optie open dat het aantal vakken wel wat minder kan. ‘Het curriculum is best overladen. Misschien moeten we bepaalde vakken tegen het licht houden en kijken of ze nog wel maatschappelijk relevant zijn of zelfs regionaal relevant. Ik denk bijvoorbeeld aan de nadruk op talen. Je kunt je afvragen hoe relevant Frans is voor alle leerlingen.’ Toch vakken afschaffen dus.
Toetsing
Ook de auteurs van Samen leren beseffen dat. De notitie pleit naast toetsen en examens voor portfolio’s waarin leraren vorderingen in vakoverstijgende projecten goed kunnen bijhouden.
Meer vakintegratie
Hoe kun je ervoor zorgen dat de lesstof beter beklijft? Docenten lieten Didactief weten meer te voelen voor integratie dan voor minder vakken. Een docent Nederlands schreef hoe een aantal collega’s een honderdtal woorden uit diverse methoden verzamelde en ontdekte dat geen enkele leerling uit het vmbo-bkt ze goed kon uitleggen. Meer focussen op taalgericht vakonderwijs, was zijn conclusie.
Een lerarenopleider benadrukte vooral het belang van differentiatie: voor sommige leerlingen is het curriculum erg vol en zou het al heel fijn zijn om echt te begrijpen wat aan de oppervlakte behandeld wordt. Voor andere leerlingen zit het curriculum nog lang niet vol genoeg.
Dit artikel is eerder verschenen in Didactief, november 2014.