Het ministerie van OCW wil dat passend onderwijs een succes wordt. Daarom ziet zij graag dat onderwijsconsulenten worden ingeschakeld als ouders, school en samenwerkingsverband er samen niet uitkomen. Bijvoorbeeld als het gaat om het vaststellen van een ontwikkelingsperspectief of om een verwijzing naar een speciale school.  Scholen en ouders kunnen een onderwijsconsulent kosteloos inschakelen voor begeleiding en advies. ‘Iedereen die ons nodig heeft, kan bij ons terecht,’ zegt Aïscha Trokasti, directeur Onderwijsconsulenten. Dat was bij de komst van de consulent in 2003 – tegelijk met de invoering van de leerlinggebonden financiering – wel anders. ‘Toen moesten wij bewust zo veel mogelijk op de achtergrond blijven. Het idee was dat wij slechts tijdelijk nodig zouden zijn, voor als er in het begin problemen zouden ontstaan rond de plaatsing van een zorgleerling of de besteding van “rugzakgeld”.’ Maar het aantal casussen bleef gestaag groeien. Van 261 in het schooljaar 2003-2004 tot 1.372 in 2013-2014. 

Wanneer mag je een onderwijsconsulent inschakelen?

Zodra een leerling minimaal vier weken thuis zit – en dus formeel een ‘thuiszitter’ is – kun je een onderwijsconsulent benaderen. Maar ook als er problemen zijn op school met een kind dat extra ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld in verband met ziekte, handicap of een diagnose als hoogbegaafdheid, autisme of adhd. ‘Ook als er een vermoeden van een diagnose bestaat, mogen ouders of scholen ons bellen,’ zegt Trokasti. ‘Soms zijn ouders bijvoorbeeld van mening dat hun kind ten onrechte geen extra begeleiding op school krijgt. Als wij denken dat het kind hierdoor het risico loopt om thuiszitter te worden, maken wij er een casus van.’

In bijna eenderde van de gevallen gaat het om leerlingen met autisme. Sinds enkele jaren neemt vooral het aantal casussen rond leerlingen met hoogbegaafdheid toe, signaleert Trokasti. ‘Er zijn helaas nog altijd scholen die zeggen: “Dit kind kan niet hoogbegaafd zijn, want het haalt slechte cijfers.”’ 

Zorgen onderwijsconsulenten ervoor dat er straks geen thuiszitters meer zijn?

‘Helaas niet,’ zegt Trokasti. ‘Wij weten niet eens hoeveel thuiszitters er in Nederland precies zijn, waar ze zitten en hoe wij met ze in contact kunnen komen. En wij hebben ook de middelen niet om dit te onderzoeken. Het enige wat wij weten is dat zich elk jaar vijfhonderd nieuwe thuiszitters bij ons melden voor wie wij een oplossing proberen te zoeken.’

Belangrijk kritiekpunt van ouders en scholen is dat onderwijsconsulenten uiteindelijk geen ‘doorzettingsmacht’ hebben. Naar schatting 5% van alle casussen wordt niet opgelost. De redenen zijn divers: ouders die het advies van de consulent niet willen opvolgen, leerplichtambtenaren die niet willen meewerken aan maatwerk of plaatsgebrek op scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs of in behandelcentra.

Ook zijn er volgens Trokasti steeds meer kinderen die een-op-een-begeleiding nodig hebben, en dat bestaat in het Nederlandse onderwijs niet. En dan zijn er nog de kinderen die de consulenten moeilijk op een school geplaatst krijgen, zoals leerlingen die in jeugddetentie hebben gezeten.

Zijn de consulenten blij met passend onderwijs?

‘Ja,’ zegt Trokasti zonder aarzeling. ‘Ik vind het heel goed dat de regie nu bij de scholen ligt dankzij de ingevoerde zorgplicht. Vroeger kon een school tegen ouders zeggen: “Zoek het maar uit, wij willen uw kind niet.” Nu is het tenminste duidelijk wie er verantwoordelijk is, ook al moest ik sommige samenwerkingsverbanden daar tijdens de eerste maanden van passend onderwijs nog wel eens aan herinneren.’