Sinds de invoering van de Realistische Reken- en Wiskundedidactiek (ontwikkeld door het Freudenthal Instituut) in de jaren zeventig is het rekenonderwijs veel taliger geworden. Leerlingen moeten dus voldoende taalvaardig zijn om ook in de niet-taalvakken mee te kunnen doen. Joanneke Prenger onderzocht in haar proefschrift ‘Taal telt’ de rol van taalvaardigheid en tekstbegrip in het realistische wiskundeonderwijs. Leerlingen moeten de tekst van de wiskundeopgave begrijpen voordat ze de opgave kunnen oplossen. Kennis van schooltaalwoorden blijkt een grote voorspellende waarde te hebben voor het begrip van wiskundeteksten, ontdekte Prenger. Ze deed onderzoek bij vmbo-leerlingen uit het tweede leerjaar en concludeerde onder meer dat allochtone leerlingen lager presteren dan autochtone leerlingen. Uit haar onderzoek blijkt namelijk dat in wiskundeboeken...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.