Om goed te leren rekenen, moeten leerlingen ook taalvaardig zijn. Bijvoorbeeld om instructies te volgen, denkstappen te verwoorden of met klasgenoten te overleggen over een rekenopgave. Ook voor een rekentoets is rekentaalbegrip noodzakelijk. Bij meertalige leerlingen geldt dat eens te meer. Nieuwkomers in de bovenbouw hebben vaak al leren rekenen in hun thuistaal en moeten dan de vertaalslag zien te maken naar het Nederlands. Laten we ons verplaatsen in Adnan, een 11-jarige jongen met Syrisch-Arabisch als thuistaal. Hij heeft enkele jaren rekenonderwijs gehad in Turkije en zit sinds een half jaar op een Nederlandse taalschool. Daar moet hij de volgende rekenopgave maken: ‘Aan het eind van het jaar blijkt dat er 420056 mensen over een brug zijn...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.