Nieuws

Zo maak je een schoolexamen

Tekst Filip Bloem
Gepubliceerd op 03-10-2017 Gewijzigd op 03-11-2017
Beeld Shutterstock
In het vmbo nieuwe stijl maken scholen de examentoetsen voor de keuzevakken zelf. Dat is veel werk, maar biedt ook kansen. ‘Ik ben er creatiever van geworden.’  

‘Maar liefst vijf keer,’ zegt LieToetsensbeth Pennewaard van SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling. Zo vaak komt CAD-tekenen voor in de eindtermen van het vmbo-profiel Produceren, Installeren en Energie. Hoe maak je daar een onderwijsprogramma van dat geen afvinklijstje van die eindtermen wordt? Dit is een van de punten die aan bod komen in Optimaal inzetten van het schoolexamen, de training die Pennewaard vorig jaar voor het eerst gaf aan vmbo-docenten en die dit najaar weer op de agenda staat (zie kaders). Met de vernieuwing van de beroepsgerichte programma’s in het vmbo krijgen scholen de mogelijkheid zelf keuzevakken in elkaar te zetten. Daarmee kunnen ze inspelen op lokale behoeftes en hun leerlingen meer maatwerk bieden. Spannend, maar ook onontgonnen terrein. ‘We merken dat er veel behoefte is aan ondersteuning bij het invullen van de programma’s voor toetsing en afsluiting,’ zegt Jan van Hilten, die deze training ontwikkelde voor SLO.

Training: twee dagdelen
Sinds vorig jaar verzorgt SLO een training waar praktijkdocenten vmbo vertrouwd raken met het opzetten van een schoolexamen voor de keuzevakken. Hoe zorg je voor variatie in de toetsing? Op welke manier kun je profielmodules en keuzevakken integreren? Hoe zorg je ervoor dat het examen- en onderwijsprogramma op elkaar aansluiten? Al deze zaken komen in twee dagdelen aan bod. ‘Docenten komen er bij ons vaak achter dat ze veel meer mogen dan ze zelf denken,’ zegt trainer Liesbeth Pennewaard. ‘Dat is een bevrijdende ervaring.’

Een schoolexamen voor keuzevakken maken is voor veel docenten nieuw, dus begrijpelijk dat daar veel aandacht naar uitgaat. Maar als je niet uitkijkt, zegt Van Hilten, zet je een nieuwe toets in elkaar terwijl je ondertussen nog op de oude wijze lesgeeft. Daarom probeert hij in de training handvatten aan te reiken om toetsing en onderwijs in samenhang vorm te geven, onder andere met aandacht voor formatief toetsen. Van Hilten komt weleens op scholen waar alles met een cijfer getoetst wordt: ‘“Anders doen ze niets”, hoor je dan. Maar het beoordelen van een vaardigheid is iets anders dan het beoordelen van kennis.’ Want iemand die voor de eerste keer in zijn leven gaat lassen, doet dat misschien op het niveau van een twee. De volgende keer zal het een vier zijn en zo boekt de leerling geleidelijk progressie. Maar moet je dan wel al die cijfers voor het gemiddelde meerekenen? ‘Als je dat aan docenten voorlegt, begrijpen die zelf ook wel hoe oneerlijk dat eigenlijk is.’ Maar soms zien scholen niet dat het ook anders kan.

Je kunt verschillende eindtermen toetsen in één opdracht

Eyeopeners

‘Bewustwording is een belangrijke doelstelling van deze training,’ zegt Pennewaard. ‘We laten bijvoorbeeld zien hoe je eindtermen kunt clusteren en geïntegreerd aanbieden.’ Zo moet een aankomend meubelmaker een tafel kunnen maken. Maar behalve die vaardigheid moet hij ook de kennis in huis hebben om het juiste hout en gereedschap te kiezen. ‘Op die manier toets je verschillende eindtermen met één opdracht.’ Een andere eyeopener: niet alle eindtermen hoeven in een schoolexamen getoetst te worden. Van Hilten vergelijkt het met het halen van je rijbewijs. Tijdens de rijlessen worden alle bijzondere verrichtingen geoefend, van achteruit inparkeren tot de hellingproef. ‘Maar bij het rijexamen zelf komen er hooguit twee aan bod.’ Pennewaard ziet docenten opvrolijken als ze doorkrijgen hoeveel vrijheid ze hebben bij het invullen van de toetsing. ‘We willen docenten laten zien waar de ruimte ligt. En ze een breder palet meegeven waarmee ze die ruimte kunnen invullen.’

Frisse blik
Toos van Kreel en Petra Vandersteen, allebei docent Zorg en Welzijn op de Christelijke Scholengemeenschap Veenendaal, volgden vorig jaar de door SLO verzorgde training Optimaal inzetten van het schoolexamen. Wat hebben ze daaraan gehad? ‘Je kijkt met een frisse blik naar hoe je het ook alweer doet,’ zegt Van Kreel. ‘En naar wat je eigenlijk wilt bereiken,’ vult Vandersteen aan. ‘Je hebt een doel, hoe vlieg je dat aan en welk lesmateriaal ga je daarvoor gebruiken?’ Neem een vaardigheid als een baby in bad doen. ‘Ik vraag me nu meer af wat ik mijn leerlingen precies wil bijbrengen. De theorie of echt de praktijk? En hoe toets ik dat vervolgens?’
Vandersteen maakte bij de training kennis met de analytische beoordelingsschaal Rubrics en is daar zeer over te spreken. Ze gebruikte deze bijvoorbeeld bij de informatiemarkt over ziektebeelden bij ouderdom die haar leerlingen moesten opzetten. Daarvoor moesten ze presentaties in elkaar zetten, folders maken en een uitnodiging versturen. Hoe beoordeel je zo’n complexe activiteit waarbij zo veel vaardigheden komen kijken? Op inhoud, inzet of omgang met de bezoekers? ‘Als je voor de beoordeling Rubrics gebruikt, kun je die factoren allemaal meewegen.’
Het inrichten van de keuzevakken blijft nog even een zoektocht, zegt Van Kreel, maar wel een die met nieuw elan wordt aangegaan. ‘We hebben meer zicht op de ballast in het lesprogramma. Zoals het maken van een powerpointpresentatie, wat in de eindtermen meerdere keren voorbijkomt.’ Vandersteen: ‘Ik ben creatiever geworden. Vroeger volgde ik puur de methode, nu weet ik dat dat niet hoeft.’

Meer informatie: bijscholingvmbo.nl/cursussen/optimaal-inzetten-van-het-schoolexamen

Dit artikel verscheen in de rubriek 'Leerplan' in Didactief, oktober 2017.

 

Click here to revoke the Cookie consent