Zijn we er bijna?

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Ergens op een punt tijdens onze evolutie van behaarde primaat naar de mens die we nu zijn, kwam een van onze voorouders op het lumineuze idee om rechtop te gaan staan. Niet alleen maakten we toen beter gebruik van onze handen, maar gezellig een blokje om (lees: vluchten voor een roofdier en achter onze eigen prooi aan rennen) bleek ook beter te doen.

Door al dat geloop en geren kwam ook de groei van onze hersenen op gang en lieten we andere aapachtige familieleden ver achter ons. Wetenschappers zijn het erover eens dat mensen slimmer zijn geworden van flink bewegen.

Maar neem nu de homo didacticus anno 2015 (nee, ik bedoel niet de meester van groep 1/2.) Die zit de hele dag achter zijn bureautje. En laat zijn leerlingen van half negen 's ochtends tot drie uur 's middags grotendeels achter een (nog kleiner) bureautje zitten. Om te leren. En dat is dan denk ik het moment waarop de voorouder uit de eerste zin van deze column abrupt stopt met rennen en verschrikt uitroept: 'Maar daarvoor heb ik het niet gedaan!'

'Zoveel wordt bij het winnen ook verloren, lerend lessen goed te houden vergeet je hoe ze horen.' Dat is een citaat van Judith Herzberg, maar dan met 'liefdes' in plaats van 'lessen', voor de bezielde onderwijzer een haast onzichtbaar verschil. Maar wat is een goede les? Achter een schrijftafel werken aan begrijpend lezen, spelling en rekenen, of buiten de Nederlandse geschiedenis ervaren aan de hand van een wandeling langs historische gebouwen?

De meningen zijn verdeeld. Ik heb gemerkt dat veel ouders op verschillende soorten scholen in meer of mindere mate de voorkeur geven aan onderwijs 'zoals zij dat zelf ook hebben gehad'. Maar de nieuwe trends in het onderwijs zetten koers richting flexibiliteit, met name op het gebied van lokalen, lestijden en leerarrangementen. Dus. Tijd voor een leerling om zijn vinger op te steken om het volgende te vragen: 'Maar hoe leer ík nu het beste?' Tenzij je niet van het vinger opsteken bent. Dat kan. Ook een nieuwe trend.

De waarheid zal waarschijnlijk wel ergens tussen traditie en innovatie te vinden zijn. Waar de ene kwekeling meer zal leren van een uurtje gamen dan van twee dagdelen klassikaal onderwijs, zal het voor een andere melkbaard wellicht andersom zijn. Het is aan de leerkracht om aan te voelen welke route voor welke leerling werkt en hoe hij daar (in hemelsnaam) vorm aan kan geven. De gemiddelde weektaak bestaat tegenwoordig allang niet meer uit een lullig A4'tje, maar lijkt op een militaire handleiding. Want wee degene die vergeten is het 'pluswerk van het instructieonafhankelijke groepje' te beschrijven. We hebben een flink stuk gelopen sinds we rechtop zijn gaan staan, maar het einde is nog niet in zicht. Is het nog ver?

Deze column is verschenen in Didactief, april 2015

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent