Schoolmeester op verjaardag

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Als ik arriveer en mijn fiets tegen de muur van de berging zet, zie ik door het raam de jarige job al in de woonkamer staan. We zaten als pukkelige pubers bij elkaar op de mavo. Hij werd later verkoper en weer later werkloos, en ik werd schoolmeester.

We kennen elkaar langer dan dat we elkaar niet hebben gekend en in dat soort gevallen word je elk jaar weer verwacht voor de zelfgemaakte appeltaart.

Dus klop ik op de deur, feliciteer Job en begeef me naar de woonkamer. Daar schud ik de hand van Jobs vader die tegen mij zegt: 'Hee! Meester Frank! Je haar is eraf!' Job mompelt verlegen tegen zijn vader 'dat Franks haar er al een jaar of tien af is, vader', maar vader hoort het niet en blijft verbaasd naar mijn stoppelige schedel staren.

Ergens in een vergeten hoekje van de woonkamer zit een tante een druk gesprek te voeren. Ze lacht, ze knikt, ze gebruikt haar handen ter illustratie. Er zit niemand naast haar. Bij haar blijf ik uit de buurt. Ik ga op de bank zitten.

'Zo', zegt de vader van Job als ik amper drie seconden zit. 'Frank, ik hoorde dat je schoolleider bent geworden. Heb je nu al een relatie?' Ik leg het verband niet. 'Nou, ik doe rustig aan', grap ik, 'december is duur genoeg geweest.' De visite kijkt stilletjes naar de grond. 'Nee', gooi ik er gauw op serieuze toon achteraan, 'ik vind het wel goed zo.' Het is nu geruisloos in de kamer geworden. 'Ach', zegt de vader van Job, 'jouw beurt komt nog wel, Frank.' Aan beurten geen gebrek, vader, denk ik, maar deze keer wend ik mijn scherpe tong maar aan voor de appeltaart. Deze keer.

Inmiddels is er een meisje naast me gaan zitten. Ze doet de lerarenopleiding. Dat weet ik, want dat heeft ze mij uitgebreid verteld in 2012. En in 2011. En in 2010, toen ze begon. Beleefdheidshalve vraag ik haar op wat voor een school ze graag les wil geven. 'Op een dorpsschool', zegt ze meteen. En waarom zo graag op een dorpsschool? 'Nou', vertrouwt ze me toe, 'op zo'n school gaan ze eerst rustig praten in de kring, voorlezen uit een boek en dan samen zingen. Het geeft me een rust die ik niet vind op een stadsschool.' Wat een opmerkelijk verhaal, denk ik, maar ze is nog jong en een discussie heeft geen plaats op een verjaardag, dus zeg ik alleen dat er op een dorpsschool soms ook behoorlijk onrustige situaties kunnen ontstaan. Ze kijkt me vol ongeloof aan.

Dan raak ik in gesprek met een jongen van begin twintig die zichzelf uitvoerig aan het voorstellen is. Eigenlijk wil ik hem onderbreken en zeggen dat ik eens met hem en Job naar het zwembad ben geweest, maar ik ben afgeleid door zijn tanden, dus ik doe het niet. Het lijken wel kleitabletten. Terwijl hij praat, zie ik de rest van de visite in zijn gebit weerspiegeld. Uiteindelijk vang ik het cliché op van 'onderwijzer zijn' en 'er geen geduld voor hebben'. 'Oh', zeg ik, 'ik heb ook geen geduld hoor, ik ben meer van de corrigerende tik.' Iets verderop zie ik het dorpsschoolmeisje schichtig naar me kijken. Meer meningen over school worden met elkaar gedeeld. Ik zit er bewust zwijgend bij en eet kaas.

Later is het tijd om te gaan. Ik schud de hand van Jobs vader, geef zijn moeder een zoen, zeg gedag tegen zijn tante (zij zegt gedag terug, maar tegen wie is onduidelijk), knik richting de juf en loop samen met Job naar de voordeur. Alle gemeenplaatsen over het onderwijs hebben de ronde in de verjaardagskring weer gehad. 'We worden oud, meester Frank', zegt Job. 'Volgend jaar weer, jongen?' 'Volgend jaar weer.'

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent