Nooit te oud om...

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Sinds tien jaar ben ik groepsleerkracht en sinds anderhalf jaar locatieleider op een openbare basisschool.

Toen ik mijn uitgehongerde studentenlijf door de lerarenopleiding zeulde, declameerde ik graag en vaak dat ik qua persoonlijkheid beter bij het openbaar onderwijs paste dan bij het bijzonder onderwijs. Natuurlijk, zoals wel vaker in die periode in mijn leven, had ik geen flauw benul waar ik het over had. Ik bazelde tijdens stages iets over 'weerspiegeling' en 'maatschappij', en diplomeerde mijzelf het lerarenvak in. En in een erbarmelijke relatie (want dat hoort blijkbaar ook bij die leeftijd), maar daar zal ik bij u niet over zemelknopen.

Zelf heb ik als kind op een christelijke basisschool gezeten. Deze keuze van mijn ouders had een aantal redenen. De belangrijkste was dat ik op zandweggetje woonde in een krakend semi-boerderijtje omringd door maiskolven en blatende schapen. Mijn ouders hadden nu niet bepaald de keuze uit een bulk basisscholen en stuurden mij daarom gemakshalve naar het dichtsbijzijnde klaslokaal. Daarnaast was mijn vader min of meer met de bijbel opgevoed. Dat wil zeggen, er klonk een gebed voor het avondeten en als je oudtestamentisch van je af vloekte, kreeg je nog net niet met de klabatse. Dus tussen mijn aanmelding voor de lagere school en mijn vertrek van de basisschool zaten veel bijbelverhalen, religieuze liedjes en kerkbezoeken met Kerst. En ik heb er erg van genoten al die jaren. Nog steeds lees ik af en toe in het Groot Vertelboek van de Bijbelse Geschiedenis van Anne de Vries en bekijk ik de prachtige illustraties van Cornelis Jetses.

Maar bidden voor het eten doe ik niet meer. Dat is een persoonlijke keuze die niet betekent, zoals elk weldenkend mens begrijpen kan, dat ik zulke gebruiken afkeur. Integendeel. Van mij mag iedere sterveling zelf weten waar en hoe hij in gelooft, wie hij kust, op wie hij stemt en bij welk televisieprogramma hij 's avonds tussen de kussens van de bank verdwijnt. Zolang (even een belerend momentje, mensen) hij er een ander maar niet mee lastigvalt. En dat is wat ik de kinderen van mijn school ook leer. Naast spelling, begrijpend lezen en rekenen uiteraard.

Ik heb zes groepen die door de gangen van het schoolgebouw bewegen en in die groepen zit een schitterende mix van geloven, kleuren, afkomsten, uitspraken, gedachten en meningen. Iedere dag weer gaan ze door dezelfde deur en de enige mensen die bewust stilstaan bij al die verschillen zijn waarschijnlijk de leerkrachten. En ook niet altijd. Want je went makkelijk aan het contrast. Het wordt standaard. Je wordt zelfs trots op het ogenschijnlijke gemak waarmee de jongens en meiden met elkaar omgaan, met elkaar leren. Dus daar zit ik dan als locatieleider van een openbare basisschool. Observerend, lerend. Onder de indruk. Trots. En dan denk ik terug aan de oudergesprekken die ik heb gevoerd met ouders die niet voor het openbaar onderwijs hebben gekozen. 'Agressieve kinderen.' 'Geen normen en waarden.' 'Er ontbreekt iets.' 'Te veel donkere koppies.' Zeventig procent van mijn leerlingen heeft een Nederlandse afkomst en toch zijn we voor sommigen een 'turkenschool'. En dan denk ik: sommige volwassenen hebben nog veel te leren.

Gepubliceerd in Didactief, maart 2014

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent