Meneer De Directeur

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Mijn moeder moet erom lachen. 'Zulke dingen moet je ook niet doen,' zegt ze nadat ik haar heb verteld dat ik het woordje 'schooldirecteur' heb gegoogeld op afbeeldingen. Het zoekresultaat was afschrikwekkend.

Op het computerscherm zag ik een roedel ruitjesbloezen waarboven wrevelig kijkende koppen naar de fotograaf staarden, veelal voorzien van een erbarmelijk brilletje en een toefje grijs haar. Sommige hadden de noodzaak gevoeld om een lusteloos jasje aan te doen en een enkeling had het blijkbaar geestig gevonden om zich 'spontaan' te midden van angstig lachende schoolkinderen op de prent te laten zetten. Nee, als je Google mag geloven, dan heeft de Nederlandse schooldirecteur ongeveer eenzelfde woeste aantrekkingskracht en joie de vivre als een tweedehands lamineerapparaat.

Ik besluit mijn moeder te geloven en zet mijn zoekopdracht uit mijn hoofd. Want wie kent niet die collega die tijdens de koffiepauze de overige aanwezigen in slaap sust met een verhaal over hoe ze zeker weet dat de jeuk tussen haar tenen veroorzaakt wordt door een scheefgegroeide halswervel, want ze heeft daarvan nu eenmaal legio voorbeelden gevonden op internetfora? De informatie op internet is het vaak net niet. Internetniet! Kuch. Laat maar.

In ieder geval: schooldirecteur. Dat word ik, volgend schooljaar. Om precies te zijn: waarnemend schooldirecteur. Dat betekent dat het een jaartje wordt aangezien en daarna wordt besloten of het wordt vervolgd. Nu ben ik locatieleider van twee scholen en sta ik tijdelijk niet meer voor de klas. In augustus ben ik directeur van één school en heb ik weer een eigen klas met kinderen. En zal ik mij moeten gedragen als een heuse schooldirecteur. Dat betekent dat ik bij het krieken van de schooldag gauw allerlei paperassen over mijn bureau moet verspreiden zodat ik, als de collega's binnenstromen, met een pen in de hand en een rekenmachientje ogenschijnlijk allerlei ingewikkelde werktijdsfactorberekeningen zit uit te voeren. En slecht gedefinieerde subsidies los lijk te peuteren van nog slechter gedefinieerde overheidsinstanties. En het allerleukst; als collega's afkeurend praten over 'die van boven', dan hebben ze er eindelijk een welbekend gezicht bij: dat van mij! Oh, the glory of it all, ik heb er nu al zin in.

'Er zal veel op me afkomen,' zei ik gisteren tegen mijn vriendin toen we in de hete zon en genietend van een ijsje langs de vijverrand liepen. 'Hoe zul je daar mee omgaan?' vroeg ze. 'Ik denk zoals ik in de afgelopen jaren met andere veranderingen op het werk ben omgegaan: goed voorbereid en stap voor stap.' Langs de vijver kwam een eend op ons af, waarschijnlijk hopend op een stukje brood. 'Je zal meer verantwoordelijkheid krijgen,' zei mijn vriendin, 'zit je daar wel op te wachten? Met de spanningsklachten die je nu af en toe al in je nek hebt...' Ik nam nog een hapje ijs. 'Ach,' antwoordde ik, 'dat wordt steeds minder. Hoe drukker je het soms krijgt, hoe minder druk je jezelf erom maakt.' De eend kwaakte tevergeefs en we liepen in stilte verder. Ik dacht aan tweedehands lamineerapparaten.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent