HIJ wil wel met jou te maken hebben

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Ik zit vaak in de auto te denken. Over van alles. Soms over de schooldag en dan krijg ik een idee over een les of een aanpak en dan vertel ik daar de volgende dag op het werk over. Of soms denk ik gewoon om te vergeten, zodat ik - als ik thuiskom - werk en privé enigszins gescheiden heb.

Laatst zat ik in de auto met de radio aan, ik hoorde een droevig liedje en ik dacht aan Paul. Bij wie ik in de brugklas had gezeten. Een nette jongen. Met een keurige scheiding in zijn blonde haar en tennisschoenen aan waar van dat rode tennisbaangruis op zat. En hij stotterde. Maar daar zei nooit iemand wat van, dat fatsoen hadden we in die brugklas. Paul fietste altijd samen met Annemarie naar school. Over de Vlijtseweg, de Apeldoornse Sluis en dan via het Hoefblad naar de school aan de Zonnedauw. Die route kon vervelend zijn. Bij het sluisje was het druk ter hoogte van de Sluisoordlaan. En op de terugweg moest je goed uitkijken als je langs de bouwmarkt reed en via het dunne fietspaadje de Vlijtseweg opdraaide. Want daar reden de auto's hard en er stonden allemaal hoge struiken. Er liggen daar nu al twintig jaar drempels, maar toen nog niet. Ze zijn er gekomen door Paul.

Ik weet nog dat we die ochtend Engels hadden van mevrouw Mink, die op Kim Wilde leek en van wie iedereen dacht dat ze lesbisch was. Wij zaten in de klas, een en al joligheid en pukkels en bravoure, toen mevrouw Mink binnenkwam. Ze moest ons iets vertellen. Paul was de middag ervoor aangereden op de Vlijtseweg. Mevrouw Mink begon te huilen, liep de klas uit en het werd muisstil in de klas. Marieke, het dunne meisje met de goedkope kleren, begon van de zenuwen te grinniken en werd door drie andere meiden onmiddellijk afgeblaft. Die zou de komende dagen niet zo snel meer grinniken. Maar Paul. Ja. Die was dus dood.

Een paar dagen later kwamen er mensen op school die kaartjes uitdeelden waarop stond: ʻScheur dit kaartje kapot als je niets met Jezus te maken wilt hebben.ʼ En dat ging dan niet, want de kaartjes waren bewerkt met een soort was. Op de achterkant stond: ʻPech. Want Jezus wil WEL met jou te maken hebben!ʼ Annemarie was er die dag ook. Die altijd met Paul naar school fietste en dus ook die middag getuige was geweest van het ongeluk. Zij kreeg het kaartje wel doormidden. Maar ik had opgemerkt dat ze er de hele middag aan had zitten draaien en trekken.

Ik rijd nog wel eens langs die plek waar Paul verongelukt is. En dan denk ik aan die tijd op de mavo, dat ik jong was maar opeens een stuk ouder werd. En soms rijd ik er voorbij zonder het me gerealiseerd te hebben. Dan ben ik in andere gedachten verzonken. Dat heb ik vaker als ik autorijd.

Dit artikel is verschenen in Didactief, april 2016.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent