Hier Moet Je Zijn

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Met opzet parkeer ik mijn auto een eindje verderop, op het parkeerterrein van de supermarkt, zodat ik nog een stukje kan lopen. Het is koud buiten. En donkergrijs. Ik zet de kraag van mijn jas rechtop en steek de weg over, richting de vijver. In de hoge bomen naast het water krast een eksterpaartje schijnbaar driftig tegen elkaar. Eksters blijven hun hele leven bij elkaar, denk ik, dus die kunnen maar beter hun onvrede tegenover elkaar uitkrassen in plaats van samen humeurig op een tak te zitten zwijgen.

Volgens oude volksverhalen zijn deze kraaiachtigen heuse ongeluksvogels, een teken van onheil en tegenspoed als je ze ziet. De legende gaat dat de ekster vroeger een schitterend gevleugeld dier was met prachtige kleuren en een zuivere zang. Tot er eentje spottende opmerkingen maakte tegen Jezus die aan het kruis hing. Vanaf dat moment verloor de vogel zijn kleur en kon hij met zijn keel alleen nog maar krakende en knerpende geluiden maken. Niets om jaloers op te zijn, toch benijd ik de vogels momenteel. Hen staat niet mijn taak van vandaag te wachten. Als ik langs het schoolhek loop, is er nog niemand op het plein. Geen kinderen en geen ouders. Ik ben dus mooi op tijd.

Het is een mooi en groot schoolplein met veel bomen en ander groen. Over het effect van 'groene schoolomgevingen' zijn veel onderzoeksdossiers geschreven die elkaar tegenspreken. Zelf ben ik ervan overtuigd dat een plein met bomen, planten en wilde bloemen een gezonde uitwerking heeft op spelende jongens en meiden. Er brandt al licht in het schoolgebouw, wat betekent dat collega's de lesdag voorbereiden. Het is voor veel onderwijzers een vertrouwd gezicht in de vroege ochtend: het schoolgebouw in het donker waarvan het licht als een warm baken de kinderen naar de juiste richting navigeert. 'Hier moet je zijn,' lijkt het te zeggen, 'Laat de kinderen maar komen.'

Ik voel de spanning in mijn nek. De laatste dagen heeft het zich daar gebundeld en hoe heet ik de douche ook afstel, het verdwijnt niet helemaal. Ik doe de deur van de school open en stap naar binnen. Voor mij is het nog steeds een grotendeels onbekend gebouw. Sinds twee weken ben ik er waarnemend locatieleider, een functieuitbreiding waarvoor ik mijn lesgevende taken tijdelijk heb opgeschort. Gisteren hebben we middels een brief aan de ouders laten weten dat dit gebouw, deze school, gaat sluiten door een combinatie van factoren. Vandaag ontvangen we de ouders op school. Met een beker koffie in mijn hand loop ik weer naar buiten. Daar staat de eerste moeder. Ik stap op haar af. 'Wat vindt u, van het droevige nieuws?' vraag ik voorzichtig. In het licht van de opkomende zon zie ik hoe mooi de bomen erbij staan.

Dit artikel is verschenen in Didactief, maart 2016.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent