Het Wetboek Der Beginnende Leerkrachten

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - En zo is het schooljaar weer begonnen. De hekken werden geopend, het plein stroomde vol en rond de klok van half negen zat er weer een roedel kinkels en braveriken voor uw zongebruinde neus. 

De meeste kinderen hebben in die zes weken allerlei avonturen beleefd en droomden tegen het einde van één of twee weken verlenging. Sommigen verveelden zich. Die kinderen droomden ongetwijfeld van de zomerschool. Althans, dat willen de bedenkers (co-creators, in hedendaags jargon) ons graag doen geloven.

Of uw school heeft flexibele vakantietijden. In dat geval slaat deze hele inleiding nergens op en heeft u mij waarschijnlijk in het vakje Didactisch Gedateerd geschoven. Mag allemaal. Dit stukje is voor de beginnende leerkrachten, de juffen en meesters die vol hoop en inspiratie aan hun eerste, echte onderwijsjaar zijn begonnen. En dit is het moment dat ik Het Wetboek Der Beginnende Leerkrachten uit de berging haal, ontdoe van stof en krakend opensla. Hoofdstuk 2, Paragraaf 3, vijfde alinea: “Regels die de Beginnende Leerkracht niet dient te vergeten.” Ik ga het hardop voor u voorlezen, maar als u toevallig tot het oude gilde behoort, wees dan zo vriendelijk om het op de juiste toon voor te lezen aan diegenen voor wie dit stukje bedoeld is. We geven ze parels van wijsheid hier. 
Regel 2. De Beginnende Leerkracht (hierna aangeduid als BL) dient zich voor een correcte opname in het lerarenteam aanvankelijk bescheiden op te stellen. In de praktijk betekent dit geen ellenlange koffiepauzeverhalen over Minoïsche ruïnes die aanschouwd zijn met het vriendje in de zomervakantie of langdradige debacles over verbouwingen aan het pasgekochte huis. Neen. Men is terughoudend en luistert aandachtig naar de klaslokaalveteranen die converseren over vakantiehuizen in Frankrijk en kampeerexpedities naar Scandinavië. Ook al kenmerken deze vertellingen zich door geestdodende routine en trekhaaksleur. Luisteren en getimed hoofdknikken, dat is de taak van de BL. 
Regel 5. De BL mag zich onder geen beding uitlaten over de kledingkeuze van de ervaren collega’s. Er is namelijk een rede voor deze garderobe waarvan de BL nog niet op de hoogte kan zijn. Jarenlange ondervinding heeft uitgewezen dat orthopedisch schoeisel een must is voor docenten. Het is de BL dus niet toegestaan te staren als een juf de koffiekamer betreedt met grijs- of zwartkleurige rechthoeken onderaan haar broekspijpen. Tevens mogen er geen vraagtekens geplaatst worden bij het leesbrilkettinkje. Zelfs niet als deze leesbril gedragen wordt op momenten dat er niet gelezen wordt. De BL moet zich erop voorbereiden dat er vaak naar hem gestaard wordt via eerdergenoemde leesbril. Vat dit niet persoonlijk op, het is slechts een veelgebruikte blik in het leerkrachtenarsenaal. (Lees ook Hoofdstuk 4: Blikken, paragraaf 11: De Blik van De Dode Wezel Die In Je Ziel Staart.) Tenslotte de laatste regel die ik hier niet wil missen. Regel 6. Wil de BL op gevoeglijke wijze geaccepteerd worden door de gevestigde collega’s, dan is het nooit en te nimmer geoorloofd om zich te beklagen over de persoonlijke gezondheid. Dit recht (en het woord ‘recht’ mag men niet licht opvatten – zie paragraaf 8) is uitsluitend voorbehouden aan mensen met minimaal 12 jaar aaneensluitend dienstverband. De BL zal waarnemen dat deze doelgroep dit recht ten alle tijden ten uitvoer brengt. Met name vermoeidheid, overgewicht, schildklierproblemen, rugklachten en werkgroepspanningen voeren hier de boventoon. Ook bij regel 6 is het de BL enkel toegestaan aan te horen. Eventuele deelname aan de verzuchtingen kan in sommige gevallen leiden tot jarenlange uitsluiting. Voor meer informatie over Het Wetboek Der Beginnende Leerkrachten verwijs ik u naar de afdeling Onderwijs en Psychologie van uw plaatselijke bibliotheek of betere boekhandel. Voor schildklierproblemen naar uw huisarts. 

Deze column verscheen in Didactief, september 2012. 

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent