De neusjes

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Tijdens een onderwijsconferentie in Canada loop ik bijna letterlijk het neusje van de zalm tegen het lijf. Of beter gezegd: de neusjes.

Ik sta in de lift met Michael Fullan (en daardoor ook figuurlijk), prik met mijn vork in mijn zwartgeblakerde asperges op een paar meter afstand van karakterdeskundige Avis Glaze, en zie toe hoe Bill Hogarth bijna in tranen uitbarst uit dankbaarheid dat zo veel mensen uit alle delen van de wereld naar zijn lezing toe zijn gekomen. Mensen die scholen besturen, die leerkrachten leiden en met kinderen werken. Net zoals hij veertig jaar lang heeft gedaan.

Ik hoor verhalen, soms gesproken, soms gezongen, van oorspronkelijke bewoners van Canada over hoe zij zich vaak nog miskend voelen in het onderwijssysteem. Ik heb nog een kort en spontaan gesprekje met zo’n ‘oorspronkelijke bewoner’ en de rode vlekken vliegen me naar de nek, terwijl ik krampachtig op zoek ben naar een politiek correcte vertaling van het verboden woord ‘indiaan’. De situatie is vergelijkbaar met een Canadese bestuurder die aan een zaal vol Nederlanders haar warme herinneringen aan Nederland en die gekke ‘black Pete’ ophaalt. Ik kijk vluchtig naar de donkere leerkracht naast mij en verslik me haast in mijn complementaire mintje. Het is een bijzondere gewaarwording, al die gevoeligheden waar je aan de andere kant van de oceaan toch te weinig van meekrijgt.

Maar waarom Canada? Deze Noord-Amerikanen doen het nu eenmaal goed op onderwijsgebied. Laatst nog, toen ik bij een ander neusje zat, Pasi Sahlberg (die steekt ook overal zijn Fin boven water), zag ik hoe het rood-witte vlaggetje met het esdoornblad hoog op de lijst stond met internationale onderwijsopbrengsten, gelijkheid en geluk. Nederland doet het volgens diezelfde lijst overigens ook lang niet verkeerd (en een stuk autonomer op de koop toe).

Het is niet zo dat Canadese scholen het op alle fronten beter doen dan de Nederlandse. Zo zijn er verbeteringen mogelijk aan het schenken van koffie aan een delegatie gejetlagde Hollanders. Want dat zouden wij nooit doen uit een kartonnen doos (een doos!) van een fastfoodketen. Maar dat terzijde. Ook is Canada behoorlijk top-down georganiseerd, maar wel op een vriendelijke en oprechte wijze, kenmerken die je overal aantreft. Bono zei het al: ‘The world needs more Canada.’ Het toverwoord in de klaslokalen is ‘yet’. Je zou het kunnen vertalen met ‘nog’. Verboden is: ‘Ik snap het niet’, toegestaan is: ‘Ik snap het nóg niet’ (Carol Dweck voor de name droppers onder ons). Overal in de volgeplakte klassen zie je op grote vellen krantenpapier het woord ‘yet’ staan. Op ons nuchtere Nederlanders komt het een beetje theatraal over, voor de Canadezen is het op alle lagen ernst. En hoe je het ook wendt of keert, op de vlucht terug naar Amsterdam is het merkbaar dat er het een en ander is blijven hangen. Canada. Ik zal het niet vergeten. Yet.

 

Frank Jongbloed is leraar en schoolleider in het basisonderwijs. 
Deze column verscheen in Didactief, december 2016.

 

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent