Bovengemiddeld Dom

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Statistieken. Lijsten. Nummers. Het onderwijs is er tegenwoordig maar al te vaak mee bezig. Sommigen zeggen te vaak. Misschien is dat zo, misschien ook niet. Het ligt er natuurlijk ook aan hoe je ermee omgaat. 

De Schotse schrijver en dichter Andrew Lang schreef in de negentiende eeuw dat sommige mensen ‘statistieken gebruiken zoals een dronkelap een lantaarnpaal. Voor de ondersteuning in plaats van de verlichting.’ Een raak punt. Neem nu de schoolscore van de Cito eindtoets. De onderwijsinspectie kijkt daarnaar. Als je te vaak onder het landelijk gemiddelde zit, hoed je dan. Want dan komt de inspectie langs, guns blazing en met kritische blik.

Maar wat is nu precies een Citoschoolscore? Een gemiddelde van een gemiddelde. De leerlingen uit groep 8 maken gedurende drie ochtenden verschillende taken. Alleen de academische vakken worden getoetst, want met de creatieve vakken krijg je later geen brood op de plank. Dan telt Cito het aantal fouten in een taak. En telt deze fouten bij de fouten van een andere taak op. En zo verder en ga zo door. Uiteindelijk heeft het toetsinstituut alle fouten van alle taken van een kind geteld en dankzij dat aantal fouten kun je een score uitrekenen. Niet van 1 tot en met 10, want volgens Cito ‘wordt dat te veel geassocieerd met schoolcijfers.’ Dus van 500 tot 550. Wat iedereen met een kleine rekensom kan reduceren tot een schoolcijfer. Maar goed. Dan heeft dat kind dus een gemiddelde. Volgens Cito meet dat gemiddelde ‘wat een kind in vergelijking met andere kinderen in acht jaar basisonderwijs geleerd heeft.’ (Hier grijns ik bij, ik zou er ook oprecht om kunnen huilen.) En dan? Dan worden alle Citoscores van de leerlingen in groep 8 bij elkaar opgeteld en daar wordt dan óók het gemiddelde van genomen. Dat is nog eens een accuraat getal. Alsof je een vrouw van 92 jaar in een kelder opsluit met drie meisjes van 8 jaar en dan beweert dat de gemiddelde leeftijd van de kelderbewoners 29 jaar is. Statistisch gezien zit je helemaal goed. En dan komt de onderwijsinspectie aanrennen en die roept dat je ervoor moet zorgen dat de gemiddelde leeftijd van de kelderbewoners elk jaar boven de 28 jaar ligt, anders zwaait er wat. Dat wordt dus bejaarden verzamelen. Inmiddels zit ik met dit stukje al op 384 woorden. Volgens het nummertje onderin mijn beeldscherm. En ik heb het een paar keer teruggelezen om te kijken of het duidelijk geschreven is. Antwoord? Duidelijker kan bijna niet. Maar het blijft een onzinnig en warrig verhaal. Dit jaar heeft mijn school een gemiddelde Citoscore die ruim boven het landelijk gemiddelde ligt. Vleiend? Ja, een beetje. Terecht vleiend? Nee. En natuurlijk zijn er net als elk jaar kinderen bij die ruim onder het landelijk gemiddelde scoren. Als ik dan het groene resultatenkaartje van Cito met zo’n lage score onder ogen krijg dan begint mijn onderwijzershart al barsten te vertonen. Want dat wordt weer een een-op-een gesprekje in het kantoor. Met een kop thee voor de schrik en de tranen. Want een jongen of meisje gaat zich een week of wat bovengemiddeld dom voelen. Maar goed. Blijkbaar hoort dat ook bij ons mooie beroep. Volgens… tja, volgens wie eigenlijk?

Deze column verscheen in Didactief, mei 2012.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent