Boeman

Tekst Frank Jongbloed
Gepubliceerd op 01-01-2021
Frank Jongbloed - Van mijn eigen basisschooltijd resteert een handjevol herinneringen. Een poosje terug moest ik denken aan de handvaardigheidslessen van mevrouw Klink op vrijdagmiddag. Daarvan weet ik nog twee dingen: ze stonk vreselijk uit haar mond, wat haar op school de weinig vleiende noch originele bijnaam mevrouw Stink opleverde, en ze heeft mij als twaalfjarige een keer de les uitgezet. Dat laatste maakte destijds op mij nogal wat indruk.

Als kind woonde ik op een boerderijtje tussen de weilanden en maisvelden. Kabeltelevisie hadden we niet, internet was sciencefiction en om ons huis te bereiken moest je over een zandweggetje rijden met meer gaten erin dan in het gemiddelde verkiezingsprogramma. Mijn broers en zus en ik gingen allemaal naar dezelfde protestants-christelijke basisschool, niet omdat er thuis dagelijks werd voorgelezen uit het Groot vertelboek voor de bijbelse geschiedenis van Anne de Vries (wat wel zo was), maar omdat deze school de enige was in de wijde omtrek. Het basisschooltje had een paar vakdocenten, onder wie mevrouw Klink op vrijdagmiddag. En op een dag ergerde zij zich dus zodanig aan mij, dat ze me op de gang zette. Een faux pas, als je het aan NIVOZ-oprichter Marcel van Herpen zou vragen.

In de gang van het gebouw, onder de schoolklok, stond een houten bankje. Als een kind ‘onder de klok zat’, dan wist iedereen hoe laat het was. Het bankje stond tegenover de deur van de directiekamer, waar meneer (niet meester) Ruim zat. Met een lengte van bijna twee meter en een snor als een spatiebalk was meneer Ruim de onbetwiste gezagvoerder van de school. Enorm geliefd bij ouders, maar de vrees van elk bankzittend kind. En net toen mevrouw Klink mij weer terug wilde halen, ging de deur van het kantoor open, de wenkbrauwen van meneer Ruim omhoog en mijn hoop op een leuke middag rap naar beneden. Ik weet nog dat ik een verwijtende blik op mevrouw Klink wierp, voordat de deur van het kantoortje achter mij dichtviel.

Nu, zesentwintig jaar later, ben ik zelf de boeman wiens wenkbrauwen omhooggaan als ik een kind op de gang zie staan. En dan ben ik me altijd bewust van hoe ik deze leerlingen benader en wat ik tegen ze zeg. Omdat ik weet dat ze zich bijna dertig jaar later de impact ervan nog voor de geest kunnen halen. Meneer Ruim heb ik sinds de basisschool nooit meer gezien, al kreeg ik wel een keertje kippenvel toen ik in een winkelcentrum bij naam werd genoemd door een Sinterklaas die mij herkende. Bijna twee meter lang en met een inmiddels grijze snor als een spatiebalk.

Deze column verscheen in Didactief, mei 2017.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent