Trouw aan mezelf

Tekst Caroline Wisse-Weldam
Gepubliceerd op 19-07-2017
Caroline Wisse-Weldam - Soms vind je antwoorden op heel andere plaatsen dan waar je zoekt. Ik was naarstig op zoek naar een antwoord op de vraag waar ik mijn laatste blog mee ben geëindigd: heb ik nog toekomst in het onderwijs?

Ik vond mijn antwoorden in reacties van en in gesprekken met onbekenden, in boeken. Zoals Kafka schreef: 'Een boek hoort de bijl voor de bevroren zee in ons te zijn.'

Ik kan tegen grenzen aanlopen en de moed opgeven. Maar is dat wat ik wil? Blijf ik trouw aan mezelf door op te geven wat ik het liefste doe, lesgeven? Tijdens een bruiloft hield ik een speech over levens delen. De levens, zorgen en vreugde van nu en van vroeger. Samen nieuwe bladzijden schrijven. Die verhalen gaan mee ieders levensboek in. Onbedoeld kwam ik uit bij de levens van mijn leerlingen. Ik mag samen met hen een aantal bladzijden vullen. Tijdens de diploma-uitreiking mocht ik terugkijken op twee intense jaren. Ik was vervuld van verrukking en trots. De gezichten van mijn mentorleerlingen, maar ook die van hun familieleden. Mentor ben je soms niet alleen van je leerling, maar van de hele familie. Je doet er toe. Dit realiseerde ik mij daar weer.

Na mijn speech zei een onbekende me dat het gewicht van een boek, van verhalen, voor iedereen anders is. Dat raakte me en zette me aan het denken. Dit geeft aan waarom er leesclubs zijn. Het verklaart voor mij ook de verschillen tussen mensen. De verschillen in opvattingen, in interpreteren, in handelen. Het is mooi dat er verschillen zijn, maar de verschillen mogen niet zo groot worden dat de verbinding breekt.

De taal van boeken spreek ik. Dus ook daar ben ik naar antwoorden gaan zoeken en ik vond vooral inspiratie in Donkerblauwe woorden van Cath Crowley. Woorden doen er wel toe. Ze zijn niet zinloos. Als ze zinloos waren, konden woorden geen revoluties doen beginnen, zouden ze de geschiedenis niet veranderen en niet de dingen zijn waar je elke avond aan denkt voor je gaat slapen. Als het alleen maar woorden waren, zouden ze geen betekenis hebben, zouden er niet al sinds voordat de mens kon schrijven verhalen zijn. We zouden zelfs nooit hebben leren schrijven. Als het alleen maar woorden waren, dan zouden mensen er niet verliefd door worden, zich er slecht om voelen, er pijn door lijden, ophouden er pijn door te lijden en er heel vaak geen seks door hebben. 

Mijn zoon is van school veranderd. Hij zit nu op een school waar hij uitgedaagd wordt, waar gepassioneerde docenten zijn die openstaan voor kennis van buitenaf, die de leerlingen serieus nemen, hen bij de hand nemen maar ook los durven te laten. Zijn vertrouwen groeit, hij wordt namelijk gezien. Ons vertrouwen in onderwijs komt terug. Ik merk nu pas dat ook wij beschadigd zijn door de houding van zijn vorige school. Ik vraag mezelf af of het dan terecht is dat ik zou stoppen met lesgeven.

Wij zijn de boeken die we lezen en de dingen waar we van houden. Onze geesten verschuilen zich in de dingen die we achterlaten. 

Ik wil nog zoveel boeken lezen met mijn leerlingen. Ik wil nog zoveel delen. Ik wil nog dolgraag bijdragen leveren aan het onderwijs. Ik wil niet weglopen, omdat ik het even niet meer snap. Ik wil doorgronden waar onderwijs door gestaafd is en hierin veranderingen aanbrengen die nodig zijn voor de leerlingen van nu, voor mijn leerlingen, voor alle leerlingen. 

Ik denk niet aan dingen die eindigen. Ik denk aan dingen die beginnen. 

Het verleden is bij me; het heden is hier. De toekomst is nog niet in kaart gebracht en kan veranderen. We kunnen ons die zelf voorstellen: voor ons uitgespreid. Vervuld van zonlicht, diepblauw, en duisternis. 

 

Alle schuingedrukte citaten komen uit Donkerblauwe woorden van Cath Crowley (Young & Awesome, 2017).

Een ogenblik geduld...