De beste voorspeller of iemand een goede rekenaar wordt, is gevoel voor getallen en hoeveelheden. Maar zijn er ook algemeen cognitieve factoren die een rol spelen? Die vraag werpt Elien Bellon op in haar proefschrift (dat goed was voor een nominatie voor de Vlaamse PhD-cup). Ze volgde 121 leerlingen (7 tot 9 jaar) een jaar lang en mat bij hen niet alleen getalbegrip, maar ook metacognitieve monitoring en executieve functies. Bij executieve functies gaat het bijvoorbeeld om snel kunnen schakelen. Bij metacognitieve monitoring gaat het om zelfinschatting en zelfcontrole: ben ik bezig met de goede dingen of maak ik fouten? Bellon heeft dit laatste onderzocht door de...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.