Onderzoek

Twitter en Facebook in de les, hoe doe je dat?

Tekst Jaan van Aken
Gepubliceerd op 06-12-2013 Gewijzigd op 20-07-2017
Beeld Shutterstock
Het gebruik van sociale media als Facebook, Twitter en YouTube is zeker voor tieners allang niet meer weg te denken. Ook educatief gebruik van sociale media in de klas is bezig aan een voorzichtige opmars. Hoe kun je sociale media in de les inzetten? En wat zijn daarvan de grenzen en risico's?

Elke leerling van een 4-atheneumklas van het Farel College in Amersfoort heeft zijn eigen laptop of tablet bij zich. De een bekijkt tijdens deze natuurkundeles een filmpje over spanning en stroomsterkte, de ander werkt aan opdrachten in een schrift en een derde is gebogen over het leerboek. Natuurkundedocent Dolf Breederveld werkt met deze klas met 'Flipping the classroom'. 'De instructie vindt buiten de les plaats door middel van een filmpje op YouTube en de verwerking in de les', vat hij samen. Op school blijft daardoor meer tijd over om opdrachten te maken en vragen bij de lesstof te beantwoorden.

Breederveld doet ongeveer een uur over het maken van een filmpje van tien minuten met de app Explain Everything op zijn Ipad. 'Ik maak slides met teksten en daar spreek ik uitleg bij in, teken en voeg plaatjes en filmpjes toe en het programma maakt daar een filmpje van. Je kunt er hele kunstwerken van maken', zegt hij lachend. Leerling Muriël roept over een van de filmpjes: 'U hebt wel tekentalent, meneer. Ik zei net: moet dit een stofzuiger voorstellen en toen zei u dat het een stofzuiger is.'

duimpjeHet is het derde jaar dat natuurkundeleraar Breederveld met Flipping the classroom werkt. 'Ik ben ermee begonnen omdat filmpjes leerlingen de gelegenheid geven in hun eigen tempo de uitleg te bekijken door te stoppen of vooruit te spoelen.' Eerder stond hij twintig minuten klassikaal uit te leggen. Dat ging twee tot drie keer zo langzaam als in een filmpje. 'Een aantal leerlingen kon de klassikale uitleg goed volgen, anderen zaten te gapen of het niet sneller kon en sommigen remden continu af met vragen omdat het ze te snel ging.' Flipping the classroom is een andere didactische werkwijze, vindt Breederveld. 'Het biedt de mogelijkheid om meer te differentiëren en beter aan te sluiten bij de leerstijl van leerlingen', zegt hij.

'Filmpjes houden de aandacht langer vast'

Zo bekijkt leerling Emma altijd eerst de gefilmde uitleg voor ze het boek openslaat. 'Het voordeel is dat je het beeld kunt stilzetten en terugspoelen als je iets niet begrijpt. En voor een toets kun je ze nog een keer kijken', zegt ze. Ook Muriël is enthousiast. 'De filmpjes zijn superhandig', vindt ze. 'Meneer Breederveld geeft in de filmpjes voorbeelden en maakt de uitleg interactief door af en toe een opdracht te geven. Ik heb meer aandacht bij de filmpjes.'

Meer sociale media

Driekwart van de tieners zou meer gebruik van sociale media in de les leuk vinden en een kwart wil dit liever niet. Dit blijkt uit het onderzoek 'Samen leren - tieners en sociale media' van Mijn Kind Online en Kennisnet uit juli 2013 onder 1.500 scholieren tussen 10 en 18 jaar in het basis- en voortgezet onderwijs. De tegenstanders vrezen dat het te onrustig wordt, er teveel informatie over het digibord vliegt en dat het afleidt van de leerstof. Volgens de liefhebbers maakt het de lessen juist interessanter, minder saai, afwisselend en interactief. Toch vindt maar 13 procent van de jongeren het belangrijk dat een leraar sociale media gebruikt. Het belangrijkst is dat een leraar goed uit kan leggen, 84 procent noemt dit.

Remco Pijpers, directeur van de stichting Mijn Kind Online, stelt dat sociale media een hulpmiddel kunnen zijn om onderwijsdoelen te bereiken. 'Bij wereldoriëntatie kun je via sociale media contact leggen met een klas in Suriname. Dan helpt het om de betrokkenheid van leerlingen te vergroten en de buitenwereld de klas in te krijgen.'

Een op de vier leraren op basisscholen gebruikt dagelijks tot wekelijks sociale media in de les. In het voortgezet onderwijs geldt dat voor 29 procent van de leraren. Dit blijkt uit de Vier in Balans Monitor 2013 van Kennisnet. Als sociale media in de les worden gebruikt, is dat vooral YouTube met 47 procent, volgens de tieners uit het onderzoek over sociale media. Facebook wordt volgens 5 procent in de klas gebruikt en 3 procent noemt Twitter en dan vooral bij Nederlands en maatschappijleer. Die cijfers bevestigen het beeld van Pijpers. 'Ik heb niet de indruk dat scholen hier massaal gebruik van maken, maar het neemt wel toe.'

Voor scholen die willen starten met sociale media in de les hebben Kennisnet en Mijn Kind Online publicaties uitgebracht met tips, protocollen en stappenplannen. In de brochure Sociale Media staat het advies om als school een sociale mediaprotocol te maken waarin staat wat de school wil met sociale media en waarom. Bepaal van tevoren of je als school alleen een extra online visitekaartje wilt of een uithangbord voor schoolactiviteiten, of wil je sociale media integreren in de lessen. Stel een 'community manager' aan, die binnen de school eindverantwoordelijk is voor de coördinatie van sociale media.

Twitterquiz

Van de 12-18-jarigen gebruikt 93 procent sociale media als Facebook, Hyves en Twitter, meldt het CBS. Facebook is met afstand het populairste medium onder tieners. Bijna elke leerling heeft een account en dat is ook bruikbaar in de klas. Bij lessen over Griekse helden in de Oudheid, vroeg een leraar hun te zoeken naar moderne helden. Scholieren postten enthousiast artikelen binnen een speciale Facebookgroep, deelden foto's en gaven commentaar op elkaars bijdragen. Hun leraar wees op interessante teksten en boeken en daar reageerden leerlingen op.

Social mediaOok microblogdienst Twitter kent voor de meeste tieners geen geheimen. Het onderwijs kan daarop aanhaken door een leerling feedback te laten twitteren op een spreekbeurt. Scholieren kunnen vragen stellen aan leraren of anderen. En door zoekopdrachten op Twitter raken leerlingen meer betrokken bij een onderwerp.

Koen Steeman (@KoenSteeman), leraar op basisschool 't Startblok in Cuijk, maakt veel gebruik van Twitter in zijn lessen. Voor zijn groep 7 heeft hij een klassentwitter aangemaakt, @StartblokGroep7. 'Het begon ermee dat ik de leuke momenten in de klas wilde delen met ouders.' Een tweede communicatief aspect kwam erbij toen de klas een goede doelenproject deed. De leerlingen wilden iets hebben om uit te delen. 'Ze merkten dat er heel snel een reactie komt als je een tweet stuurt en kregen via de post folders toegestuurd.'

'Als leraar begeef je je in een glazen huis'

Daarnaast wilde het team meer aandacht besteden aan vaardigheden van de 21e eeuw als samenwerken, creativiteit en ict-vaardigheden. Steeman zag mogelijkheden en bedacht de Twitterquiz. 'Leerlingen krijgen een vraag binnen op hun eigen Twitter-account en gaan op zoek naar het antwoord met hun smartphone of laptop. Zoek een foto van wat de ziekte van Lyme veroorzaakt, was bijvoorbeeld een vraag.' Ze sturen hun antwoorden door naar de Klassentwitter. 'Aan het eind zet ik op een digibord alle reacties onder elkaar en gaan we het er over hebben: wat weet je nog over de teek en hoe heb je het antwoord gevonden', legt Steeman uit.

Gedeelde taak

Steeman vindt het belangrijk sociale media te gebruiken in de klas. Meer dan de helft van zijn leerlingen heeft een smartphone. 'Het is een gedeelde taak van onderwijs en ouders om ze daarmee wegwijs te maken', vindt hij. Aan telefoongebruik kunnen ook nadelen zitten. Veel sms'en kan tot slaapproblemen leiden doordat jongeren het gevoel hebben direct te moeten reageren, bleek uit onderzoek van de Washington and Lee University.

Steeman is 27 jaar en hij vindt het belangrijk om je als leraar te blijven ontwikkelen. 'Als je aan wilt sluiten bij de leefwereld van kinderen kun je de digitale leefwereld niet ontkennen. Het is geen keuze voor pabo's en scholen, want het hoort gewoon bij je beroep. Heel veel kinderen hebben tablets, daar moet je wat mee.'

Bij pabo's en lerarenopleidingen wringt daar de schoen nu juist, want de lerarenopleiding sluit niet aan bij het onderwijs van de 21e eeuw. Dat constateert Kennisnet uit het onderzoek Voldoende voorbereid op leren van de toekomst en ict? van ITS, Radboud Universiteit Nijmegen van mei 2013. Meer dan de helft van de pas afgestudeerde leraren is negatief over de voorbereiding tijdens hun opleiding op ict-gebruik in de les. Vooral het werken met een digitaal schoolbord met digitale methodes missen beginnende leraren.

'Een op de tien leerlingen is slachtoffer van cyberpesten'

Pijpers van Mijn Kind Online lijkt het goed leraren te trainen in het gebruik van sociale media. 'Scholen maken daarin goede stappen, maar we zijn er nog niet.' Ze hebben vaak meer in huis dan ze zelf denken. 'Laat een leraar die handig is met sociale media anderen inlichten.'

Vrienden met je leerlingen

Sociale media zijn eerst en vooral uitgevonden om te communiceren. Twitter en Facebook kunnen voor schoolleiding en leraren efficiënte middelen zijn om drukke ouders bij school te betrekken. Plaats berichten met nieuwtjes, vraag medewerking van de ouders en feedback op schoolontwikkelingen. Ook kun je doorlinken naar de schoolwebsite en zo nieuwsberichten of brieven delen. Neem in het sociale mediaprotocol op wie de school zich richt. 'Doe je het voor nieuwe ouders die met hun kind op school komen, voor de gemeente of voor leerlingen? Als niemand van de ouders twittert, is dat kanaal vooral interessant voor leerlingen', zegt Pijpers.

Ook individuele leraren twitteren en maken vrienden op Facebook. Van de Facebook-gebruikers tussen 10 en 17 jaar heeft 16 procent een of meer leraren als vriend, vaak met een leraren-account. Van de twitteraars heeft 10 procent een leraar die hen volgt en hetzelfde percentage volgt een leraar, blijkt uit het onderzoek 'Samen leren - tieners en sociale media'.

Leraar Steeman wordt geen vrienden met leerlingen op Facebook. 'Dat is mijn privéleven en geen plek voor leerlingen. Wat ik met hen wil delen, doe ik via Twitter.' Veel ouders volgen hem op Twitter, maar reageren doen ze niet vaak. 'Misschien dat ze zich ongemakkelijk voelen of het zien als het domein van school.' Ook natuurkundedocent Breederveld voegt geen leerlingen toe op Facebook. 'Ik zou overwegen een apart account aan te maken als het tot doel zou hebben om te communiceren over de lesstof. We zijn daarover aan het nadenken of we dat als school willen.'

Hoe gebruik je als leraar Twitter en Facebook? Pijpers: 'Als het een openbaar account is, zou ik alleen over school en over je vak twitteren en niet teveel privé informatie prijsgeven. Zet er geen vakantiefoto's op. Denk goed na over wat je met iedereen wilt delen en hoe dat bijdraagt aan je professionele leven. Je kunt het ook gebruiken om te netwerken met andere leraren.'

Sociale media over de grens
Is in Nederland veelal het advies voor docenten om een apart account op Facebook aan te maken voor leerlingen. In Duitsland verboden onderwijsministers van verschillende deelstaten om Facebook en andere sociale media te gebruiken voor interactie met leerlingen. Dat berichtte Scienguide.nl eind juli 2013. SPD-minister Andreas Stork in Baden Württemberg riep leraren op geen gebruik te maken van platforms als Facebook.
Ouders beklaagden zich bij hem dat leraren berichten op Facebook inzetten als officiële commentaren naar hun leerlingen en hen zo dwingen hieraan mee te doen. De minister achtte het daarom raadzaam de leraren gedragsregels te geven. In Beieren en Sleeswijk Holstein bestaat al langer een socialemediaverbod voor leraren.
In plaats van sociale media te verbieden vanwege de privacy van leerlingen kun je ze ook gebruiken om de privacy te schenden. Het bestuur van het Californische schooldistrict Glendale laat een jaar lang alle sociale mediaberichten van leerlingen nagaan op geweld, drugsgebruik, pesten, spijbelen en dreigen met zelfmoord. Dat berichtte CNN op 18 september. Naar schatting 14.000 scholieren zijn door het bedrijf Geo Listening gemonitord hoe zij zich op bijvoorbeeld Facebook en Twitter uiten. Critici noemen de praktijk ‘stalking door de overheid’. Het schooldistrict zegt dat het om de veiligheid van leerlingen gaat.

Geschorst na tweet

Soms gaat het mis met uitingen van leraren op sociale media. Vorig jaar plaatste een leraar maatschappijleer anti-islamberichten op Twitter. Hij schreef onder meer dat 'de islam geen geloof is, maar een barbaarse achterlijkheid'. Zijn werkgever, het Fioretticollege in Hillegom, besloot hem te schorsen en zijn kort daarna aflopende jaarcontract niet te verlengen.

Zijn tweets strookten niet met de missie en de visie van de school, verklaart adjunct-directeur onderbouw Frank Out. 'Daarin staat dat we handelen uit respect voor ieders geloof of levensovertuiging. Met zijn uitspraken schoffeerde hij een grote groep islamitische leerlingen en hun ouders. Daarom zijn we overgegaan tot schorsing.'

De leraar vond dat het een privé-aangelegenheid was omdat hij de tweets in zijn vrije tijd stuurde. Out is het daar niet mee eens. 'Bij zijn Twitter-account stond dat hij leraar was op het Fioretticollege. Dat is voor ons aanleiding geweest om te zeggen: dit kan niet. Als je in de kroeg zit en je roept wat tegen vrienden, dan is dat wat anders dan op een openbaar medium als Twitter.'

De school had voor het incident al richtlijnen voor het gebruik van sociale media. Out vat ze samen: 'Als je op sociale media uitingen doet die haaks staan op de schoolmissie en -visie kun je daarop worden aangesproken. Afhankelijk van de ernst van de uitingen, kunnen rechtspositionele maatregelen genomen worden. Dat geldt voor medewerkers en leerlingen.'

Het betekent niet dat leraren geen vrienden met leerlingen op Facebook kunnen worden. 'Er zijn collega's die daar een apart account voor aanmaken om daar activiteiten die bij school horen op te zetten. Het is nadrukkelijk geen beleid om leraren van sociale media weg te houden.' Het Fioretticollege heeft sinds dit schooljaar juist een YouTube-kanaal en Facebook-account voor schoolactiviteiten. 'Ze zijn bestemd voor leerlingen en hun ouders, maar als achtstegroepers op de basisschool vrienden willen worden, voegen we ze ook toe.'

Het incident met de maatschappijkundeleraar heeft het beleid niet veranderd. Wel leidde het in het lerarenteam tot discussie wat je wel en niet kan zeggen. 'Als leraar functioneer je in een glazen huis. Het heeft mensen er nog bewuster van gemaakt van de voorbeeldfunctie die ze hebben in de klas en op sociale media', merkt Out.

Dreigtweets en naaktfoto's

Ook leerlingen gaan soms over de schreef op sociale media. Een greep uit krantenkoppen van afgelopen jaar: 'Leerling na dreigtweets niet terug op school. Scholen worstelen met pesten via sociale media. Ophef over naaktfoto's op school Panningen.'

Pijpers kent ernstige gevallen van het rondgaan van naaktfoto's. 'Meisjes gaan voor de webcam uit de kleren voor hun vriendje, die verspreidt de foto's als ze het uitmaakt. Er zijn meisjes die zichzelf dan iets aandoen.' Bij naaktfoto's is het vooral zaak snel op te treden en de foto's te wissen. 'Als je op tijd bent, voorkom je dat foto's heel snel rondgaan en kun je voor het slachtoffer de schade beperken.'

Ook hierover moeten scholen afspraken vastleggen in het sociale mediaprotocol. 'Daarin staat dat je dader straft, wat je met het slachtoffer doet, met ouders overlegt en met klasgenoten bespreekt wat er gebeurd is', zegt Pijpers.

telefoontjeBij dreigtweets is het zaak het bewijs vast te leggen door screenshot(s) te maken van de tweet en de eventuele reacties daarop. Onderzoek hoe serieus het bericht is: Wat voor leerling is het? Heeft hij zich vaker agressief geuit? Overleg met anderen op school. Als het gevoel is dat er achter een tweet een serieuze dreiging zit, doe dan aangifte. Lijkt de dreiging een uit de hand gelopen grap, dan kun je de wijkagent op school uitnodigen of in gesprek gaan met de leerling en zijn ouders. Beperk de schade door de tweet ogenblikkelijk te laten verwijderen en de leerling excuses te laten aanbieden op Twitter, luidt het advies.

Een op de tien leerlingen is volgens het CBS slachtoffer van cyberpesten. Out van het Foiretti College is er duidelijk over: 'Als leerlingen elkaar online voor rotte vis uitmaken, grijpen we in. Het gebeurt dat een leerling huilend de school binnenkomt.' Het gaat er soms hard aan toe. Out wil de uitspraken niet herhalen. Dan print hij de tekst uit en laat de leerling die in aanwezigheid van zijn ouders voorlezen. 'Ik heb een paar keer meegemaakt dat ze huilend voorlazen.' Dan pas realiseren ze zich dat ze dit nooit hadden mogen doen.' De school gaat in gesprek met beide partijen. 'We proberen de leerlingen het te laten uitpraten en de relatie te herstellen, maar er volgt ook altijd een strafmaatregel.' Soms komt de wijkagent op school voor een corrigerend gesprek. 'Dat maakt indruk en werkt preventief naar andere leerlingen toe.'

Om problemen te voorkomen of op te lossen zou elke school in het sociale mediaprotocol richtlijnen voor medewerkers en leerlingen moeten opstellen, stellen Kennisnet en Mijn Kind Online. CNVO en de Besturenraad stellen beide op hun site een modelprotocol beschikbaar voor gebruik van sociale media door medewerkers en leerlingen. 'Veel kun je met gezond verstand bedenken, maar het is goed om gezamenlijke uitgangspunten te formuleren', vindt Pijpers. 'Denk met het team na over welke grenzen je stelt.'

Via de websites van Kennisnet en Mijn Kind Online zijn veel publicaties gratis te downloaden: www.mijnkindonline.nl en www.kennisnet.nl

12 x sociale media in vogelvlucht
Facebook, Twitter, YouTube en Whatsapp zijn de populairste sociale media. Een leraar zou een Whatsappgroep kunnen aanmaken voor zijn mentorklas. Dat heeft als nadeel dat leerlingen privé contact kunnen opnemen en de vraag is of elke leerling een smartphone heeft.
Fotoapp Instagram hebben veel leerlingen op hun telefoon geïnstalleerd. Start een fotoproject door leerlingen kenmerkende zaken uit hun buurt te laten fotograferen en gebruik Instagram om het resultaat te presenteren.
Klassenwiki: een besloten klassenwebsite waarop het weekprogramma, reminders om dingen mee te nemen, toetsvoorbereidingen, mindmaps en oproepjes. Ook is er een chatfunctie en geven leerlingen commentaar op elkaars schrijfopdrachten.
Pinterest: een digitaal prikbord, waarop je dingen verzamelt die je bezighouden. Goed te gebruiken voor (geschiedenis)projecten in de klas.
Klasbord: een virtueel klassenboek, waarbij ouders een tijdlijn met tekstberichten en foto's zien. Ouders kunnen hierop reageren.
Vine: een app van Twitter om video's van 6 seconden te maken om bijvoorbeeld huiswerk op te geven. Voor wie dat wat kort vindt: met Animoto zijn met eigen foto's en videofragmenten gratis filmpjes van 30 seconden te maken.
Chogger: creëer met je eigen foto's een fotostripverhaal.
Gamestudio: website van Het Klokhuis om online je eigen game te ontwerpen.
Krantenmaken: schrijf zelf de krant vol. De lay-out is al klaar, alleen de tekst hoeft er nog in.
Bubble: teken een mindmap.
Glogster: ontwerp een poster.

Dit artikel verscheen in Didactief, november 2013.

Click here to revoke the Cookie consent