Nieuws

Leerlingen: onderwijs moet actiever!

Tekst Eline Geus
Gepubliceerd op 12-05-2017 Gewijzigd op 12-05-2017
Beeld Human Touch Photography
We willen actiever bezig zijn in de les, zeggen leerlingen uit alle sectoren in De Staat van de Leerling, de leerlingenpendant van het jaarlijkse onderwijsverslag van de onderwijsinspectie. De meeste leerlingen zijn tevreden met hun leraar en het vo wil meer maatwerk. Wat vinden leerlingen uit jouw sector van het onderwijs?

Tegelijkertijd met De Staat van het Onderwijs verscheen ook dit jaar weer De Staat van de Leerling. Geschreven door zes leerlingen uit het po, vijf uit het vo en drie leerlingen uit het mbo, die vertellen hoe hun medeleerlingen denken over school. Het geheel is gebaseerd op een enquête onder in totaal 678 leerlingen, interviews en kunstwerken van leerlingen uit de sectoren po, vo, so en mbo.

Titel en rode draad van deze editie: onderwijs moet je doen. Leerlingen over alle sectoren willen zelf aan de slag met leerstof en minder achterover leunend luisteren naar een ellenlange uitleg.
mythologisch figuurHelaas wordt dit in het stuk over het po gekoppeld aan de meervoudige intelligentietheorie van Gardner, waarvan we ondertussen weten dat het een mythe is. De zes po-leerlingen zijn begeleid door een leraar in opleiding, een hbo-student, die deze theorie heeft aangedragen. Kennelijk wordt deze mythe nog steeds onderwezen op de lerarenopleiding. De Inspectie heeft bewust niet ingegrepen in de inhoud. ‘Deze staat is van de leerlingen. Anders hadden we het net zo goed zelf kunnen schrijven’, aldus Jan-Willem Swane van de inspectie.

Meer positief geredeneerd kunnen we iets met de boodschap ‘onderwijs moet je doen’: zelf actief bezig zijn met leerstof is wat leerlingen willen. Geef eens buiten op het grasveld naast de school of in het park les over biologie en zorg voor extra opgaven voor leerlingen die de uitleg na de eerste keer al begrepen hebben.

Dilemma’s en schooladvies in het po

Liever een meester dan een juf, een leraar waar ik me op m’n gemak voel, buiten les in plaats van uit een boek, en liever een les over vaardigheden dan over kennis, dat zijn een paar antwoorden op de dilemma’s die leerlingen in het po voorgelegd kregen. Of een rapport cijfers of een verhaaltje over hun voortgang bevat, maakt hen weinig uit (respectievelijk 41% en 45% voorkeur). Liever laten ze het beoordelen van het leerproces over aan een leraar of Cito-toets dan aan zichzelf (73% tegenover 23%). Maar is dat gewenning of zelfinzicht?  

schooladviesMeer dan de helft van de kinderen heeft liever een goed advies van de leraar dan een goede Cito-score. En kunst- en muzieklessen zijn meer in trek dan een taal- of rekenles (66% tegenover 25%). Of we deze mening kunnen generaliseren over heel Nederland is onduidelijk; vergeleken met het vo was de input van het po namelijk wat aan de lage kant: een aantal interviews met medeleerlingen en slechts 56 kinderen vulden de enquête in. Het aantal geïnterviewden en specificaties over de deelnemende scholen en klassen, zijn helaas niet opgenomen.

Uitgebreid komt ook de Cito-toets (waar zijn de andere eindtoetsen in deze Staat?) en het schooladvies aan de orde. De Cito-toets geeft kinderen veel stress, ze voelen wat er van af hangt.  Zelfs de druk voor leraren merken ze op: ‘De overheid die zegt, jullie moeten dit en dat aan de kinderen leren. En juffen willen dat doen want die willen een goede Cito-toetsscore. Terwijl ze misschien wel veel liever het bos in zouden gaan om lekker een soort biologieles te geven.’
Als die toets er dan eindelijk op zit, willen leerlingen graag ook eventjes tijd om ‘met elkaar te kletsen, eventjes los, effe gewoon wat anders’. Daarnaast willen ze eens wat vaker andere vakken krijgen, bijvoorbeeld Spaans om de week afgewisseld met handvaardigheid.

Tot slot blijken po-leerlingen tevreden met hun leraar. De beste leraren maken grapjes, maar zijn ook serieus en streng als dat nodig is.

De beste leraren maken grapjes
maar zijn ook serieus

Niveau en toegankelijkheid in het vo

De auteurs uit het vo hebben hun hoofdstuk gebaseerd op een enquête onder 480 leerlingen, waarvan 93% van de leerlingen op een school met meerdere niveaus zaten en vwo leerlingen oververtegenwoordigd waren (44,2%). Net als in het po vinden vo-leerlingen het advies van de leraar het belangrijkst bij de overgang van po naar vo. Bijna 80% van de leerlingen gaat met plezier naar school. Redenen zijn de vrienden, sfeer en de ruimte om zichzelf te ontwikkelen.

Veel leerlingen weten niet hoe het op hun school geregeld is met maatwerk en het maatwerkdiploma: een op de drie heeft geen idee of ze op hun school een vak op een hoger niveau kunnen volgen. Een kwart van de leerlingen weet dat het op hun school niet kan. De auteurs adviseren om op meer scholen maatwerk aan te bieden, want ‘op dit moment worden talentvolle leerlingen belemmerd in hun ontwikkeling, vinden wij’. Tsja, moet je als school luisteren naar de mening van je leerlingen of naar die van de Onderwijsraad? https://didactiefonline.nl/artikel/onderwijsraad-ontraadt-maatwerkdiploma

Een derde van de leerlingen weet niet
of ze een vak op een hoger niveau kunnen volgen

Leraren in het vo kunnen goed overweg met ICT, vinden leerlingen. ‘Dat hadden we niet echt gedacht’, schrijven de auteurs. Veel wijzer worden we helaas niet over hun leraren.
Leerlingen blijken daarnaast tevreden met de mogelijkheid om bijles te volgen en de voorbereiding op de keuze voor een vervolgstudie.

Ook is er gevraagd naar discriminatie op basis van geaardheid, religie of handicap door medeleerlingen. 77% ervaart dit zelf niet, maar toch geeft een aantal leerlingen aan dat ze dit wel eens bij medeleerlingen hebben zien gebeuren.

Ook in het vo leren leerlingen het liefst door te doen (ruim de helft van de leerlingen), bijvoorbeeld door zelfstandig opdrachten te maken. ‘Ik wil niet telkens aan de docent moeten vragen of ik hier of daar alvast mee verder mag’. Aansluiten bij de actualiteit, bijvoorbeeld een discussie over de ‘The Netherlands second’ video van Arjen Lubach, en zelf betrokken zijn bij de les, zoals een kort toneelstukje maken over de lesstof, vallen ook goed in de smaak.

Op excursie in een rolstoel
Passend onderwijs is er niet alleen voor thuiszitters, maar ook voor kinderen met een beperking. Een van de auteurs van deze Staat, Britt van Daalen, zit in een rolstoel. Ze pleit ervoor om excursies toegankelijker te maken. ‘Als ik mee kan met excursies, zien mijn klasgenoten en docenten dat het niet lastig is om met mij als zorgleerling om te gaan en me te begeleiden. Daarnaast zorgen excursies ervoor dat ik sociale contacten met klasgenoten kan maken waardoor ik me op mijn gemak voel.’

Opvallend is de column van Mandy van Dijk die haar docenten wat vragen voorlegde. Mandy beschrijft dat ze soms minder uitleg nodig heeft dan haar klasgenoten en ze toch ‘voor de tiende keer naar dezelfde uitleg moet luisteren’. Ze vroeg haar docenten hoe zij dit zouden aanpakken en vat de antwoorden voor ons samen. Oplossingen van haar docenten zijn kleinere klassen, extra opdrachten, en meer feedback van de leraar om leerlingen beter uit te dagen. Mandy ziet wel iets in dat laatste: we onthouden de lesstof beter, je voelt je minder gefaald als je een onvoldoende hebt en het geeft een goed beeld van waar je staat. Ze raadt ons, namens haar docent, het boek ‘Toetsrevolutie’ aan. Het zal je maar gebeuren, gratis reclame voor je boek in een rapport van de Inspectie.

Doorzettingsvermogen van een thuiszitter
In De Staat van de Leerling is ook aandacht voor thuiszitters, leerlingen die niet naar school gaan omdat er geen passende plek voor ze is. Ex-thuiszitter Rafael Bressers, 16 jaar oud, vertelt zijn verhaal. Een goede presteerder op de havo, die door een kleine afwijking in z’n dossier vier jaar lang door scholen werd afgewezen. Wat die afwijking is, vertelt hij niet. ‘Maar je wilt wel graag leren en vrienden maken op school, wie wil dat nu niet. Maar het mag niet omdat men je duidelijk heeft gemaakt dat je niet goed genoeg bent voor hun school. […] Wat ik nodig had in het onderwijs? Een mentor die me elke dag even een hart onder de riem wilde steken. En dat was moeilijk te realiseren in Nederland.’ Op elke nieuwe school kwam hij op het vmbo terecht, soms tussen drie jaar jongere leerlingen. Na een poging op de vavo eindigde hij in het examenjaar van het vmbo, waar het hem goed bevalt. De oplossing volgens hem? Thuiszitters een kans geven. ‘Het uitgangspunt is leerplicht, maar dat zou moeten zijn: het recht op onderwijs’. Nu droomt hij van zijn toekomst. ‘Ik ga in september verder met de havo […] en daarna wil ik de lerarenopleiding Engels gaan doen. Want dat heeft het voor mij opgeleverd. Weten dat ik in het onderwijs het verschil kan maken als docent.’

Praktijk en orde op het mbo

De mbo-studenten komen tevreden over in De Staat van de Leerling, gebaseerd op een enquête onder 142 studenten uit voornamelijk mbo niveau-4 (77,5%). Het naar school gaan krijgt gemiddeld een 6,9. mbo leerling techniekVooral de combinatie tussen theorie- en praktijklessen en stages bevalt erg goed. De communicatie op scholen is een punt van verbetering. Er zouden ook meer rustige werkplekken moeten komen en leraren moeten beter rekening houden met de leervoorkeuren van leerlingen. Branden ook de mbo-studenten zich aan leerstijlen?
Ook hier is leren door te doen favoriet en dat zou volgens de auteurs meer tot uiting mogen komen in de lessen. Zo’n theorieles wordt een stuk leuker met wat activerende werkvormen.

Leraren krijgen gemiddeld een dikke zeven, waarbij opgemerkt wordt dat bij de meeste leraren de orde en het omgaan met verschillen wel goed zit. Overigens gedraagt de meerderheid van de leerlingen zich anders tijdens een vakgerichte dan een reken- of taalles. Een illustratie daarvan ontbreekt. Een derde van de leerlingen vindt een examen in Nederlands of rekenen overbodig.

Inspectie van het Onderwijs, Staat van de leerling: Onderwijs moet je doenDen Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2017.