Nieuws

Zien waar de ruimte ligt

Tekst Filip Bloem
Gepubliceerd op 30-04-2016 Gewijzigd op 11-05-2017
Meer vrijheid, dat is de belofte van het kerncurriculum dat Platform Onderwijs 2032 voorstelt. Een goede balans tussen kern en keuze is daarbij cruciaal, zeggen Nienke Nieveen en Wilmad Kuiper van SLO. ‘Wij gaan scholen helpen om die te vinden.’

Als de samenleving jeuk heeft, moeten de scholen krabben. Wilmad Kuiper haalt het bon mot van de Amerikaanse onderwijsgoeroe Larry Cuban instemmend aan. Ook het Nederlandse onderwijs heeft ermee te maken. Obesitas, pesten, radicalisering - zodra een maatschappelijk, jeugd-gerelateerd probleem de media domineert, wordt er als vanzelf naar het onderwijs gekeken en liggen er binnen no-time haastig in elkaar gedraaide educatiepakketten klaar. Het gebeurt met de beste bedoelingen, maar het resultaat is wel dat lesprogramma’s overvol raken en lijn missen.

Hoog tijd dus om het curriculum eens goed tegen het licht te houden en serieus na te denken over waar het onderwijs nou eigenlijk wél en - minstens zo belangrijk- niét over moet gaan. De lijnen uitzetten voor het curriculum van de toekomst, dat was de taak waarmee het Platform Onderwijs 2032 op pad werd gestuurd. SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling, speelde daar een ondersteunende rol bij. ‘Het Platform is met vele partners in onderwijsland in debat gegaan,’ zegt Nieveen. ‘Wij hebben die discussie gevoed met inbreng van onze vakexperts, maar ook door in kaart te brengen hoe in het buitenland nationale curricula in elkaar worden gezet.’ Dat er nu een integrale visie op het basis- en voortgezet onderwijs ligt, daar zijn Kuiper en Nieveen heel tevreden over. Kuiper: ‘Het is in de Nederlandse geschiedenis nog niet eerder vertoond dat het curriculum zo grondig onder handen is genomen. Zo’n inhoudelijke herijking was hoognodig.’

Curriculum oorlogen

Wat die integrale visie waard is, zal binnenkort blijken. Eerst zal de Tweede Kamer zich over het eindadvies uitspreken, vervolgens gaat een ontwerpteam de voorstellen van het Platform nader uitwerken tot een curriculum op hoofdlijnen (zie kader). Daarbij moet een flink aantal knopen worden doorgehakt en dat kan af en toe pijn doen, zeggen Kuiper en Nieveen. Neem het plan om voortaan één in plaats van twee moderne vreemde talen verplicht te stellen, waar meteen al kritiek op kwam van de Vereniging van Germanisten aan Nederlandse Universiteiten.

Voorbeelden uit Engeland en de Verenigde Staten laten zien dat zulke inhoudelijke twistpunten kunnen uitmonden in een loopgravenoorlog. Reden voor Kuiper en Nieveen om nog maar eens te benadrukken hoe belangrijk het proces is waarmee een curriculum op landelijk niveau tot stand komt. Niet voor niets organiseerde SLO in 2014 een tweedaagse bijeenkomst waar experts uit Finland, Ierland, Schotland en Zweden over curriculumvernieuwingen in hun land rapporteerden. ‘Hoe zorg je ervoor dat zo’n dialoog echt tot iets leidt? Dat was een belangrijke vraag voor ons.’
Wat heeft die internationale inventarisatie opgeleverd? Geen één-op-één toepasbare lessen – daarvoor verschillen de landen te veel – maar wel nuttige inzichten. Nieveen: ‘In Ierland werden leraren bijvoorbeeld pas op het eind bij het vormgevingsproces van het nieuwe curriculum betrokken. Ze zaten zogezegd at the end of the hallway. Dat zette kwaad bloed.’

Om niet in een curriculum oorlog te belanden, zegt Nieveen, is het cruciaal om in een vroeg stadium zo veel mogelijk belanghebbenden aan tafel te krijgen. Schoolleiders, lerarenopleidingen, de onderwijsinspectie, schoolboekenuitgevers, allemaal spelen ze een belangrijke rol bij onderwijsvernieuwing. Zeker in Nederland, waar onderwijs traditioneel veel autonomie geniet, is het weinig zinvol om van bovenaf blauwdrukken op te leggen. Nieveen vindt het dan ook een goede zaak dat het ontwerpteam (zie kader) actief op zoek gaat naar scholen die al praktijkervaring hebben met elementen uit het 2032-eindadvies. ‘Curriculumvernieuwing die van onderop, dicht op de werkvloer ontwikkeld wordt, heeft de meeste kans van slagen.’

Grenzen stellen

Dat brede draagvlak zal zeker nog op de proef worden gesteld, bijvoorbeeld als het door het Platform 2032 voorgestelde kerncurriculum aan bod komt. Daarin is de verplichte stof georganiseerd rondom kernen als Taal & Cultuur, Natuur & Technologie, en Burgerschap. Dat klinkt overzichtelijk, maar het is wel zaak helder te definiëren wat tot de kern behoort en wat niet. Scherpe grenzen trekken is belangrijk, zegt Kuiper. Want doe je dat niet, dan ligt het bord van de leraar binnen de kortste keren weer vol en dat was nu juist niet de bedoeling.

‘Een bijkomend voordeel van duidelijke grenzen is dat zo helder wordt waar de ruimte ligt,’ aldus Kuiper. Een kerncurriculum betekent immers dat scholen in de toekomst meer mogelijkheden krijgen om hun lesprogramma zelf in te vullen. Die keuzeruimte biedt kansen, maar schept ook verplichtingen. Nieveen: ‘Hoe vul je de keuzeruimte op zo’n manier in dat het bij de identiteit van je school past? Er zijn technasia en cultuurprofielscholen die daar al heel goed in slagen.’ Nieveen denkt dat zulke succesvolle voorbeelden breder gedeeld moeten worden. ‘Scholen kunnen veel van elkaar leren, ook als het gaat om de kansen die het nieuwe curriculum biedt. Met SLO willen we graag een faciliterende rol spelen in het op gang brengen van zulke gesprekken.’

Start van de bouwfase
Met de presentatie van het eindadvies  is een eind gekomen aan de dialoogfase, waarin het Platform Onderwijs 2032 met zo veel mogelijk partners aan een visie op een nieuw nationaal curriculum werkte. Zodra staatssecretaris Sander Dekker groen licht krijgt van de Tweede Kamer stelt hij een ontwerpteam in met leraren en curriculumexperts, dat op basis van deze visie de hoofdlijnen van de onderwijsinhoud gaat vastleggen. Tijdens deze ontwerpfase zullen scholen en leraren in zogeheten leerlabs al onderdelen van het eindadvies uittesten en het ontwerpteam van feedback voorzien. SLO zal het traject inhoudelijk ondersteunen. 2017 wordt het jaar van de bouwfase, waarin het ontwerp vertaald wordt naar concrete onderwijsdoelen voor het primair en voortgezet onderwijs. Kijk voor meer informatie op www.onsonderwijs2032.nl

Dit artikel verscheen in de rubriek Leerplan in Didactief, april 2016.

Click here to revoke the Cookie consent